ECLI:NL:OGEAA:2021:213
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing administratiefrechtelijke inbewaringstelling wegens schending verdedigingsbeginsel
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, is op 16 februari 2021 administratiefrechtelijk in bewaring gesteld door de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie. De rechter-commissaris bevestigde de rechtmatigheid van deze vrijheidsontneming op 17 februari 2021. Verzoeker diende vervolgens een verzoek in tot opheffing van de inbewaringstelling, stellende dat zijn gemachtigde niet op de hoogte was gesteld van de voorgeleiding, wat een schending van het verdedigingsbeginsel zou zijn.
Tijdens de zitting op 3 maart 2021 verscheen verzoeker persoonlijk, bijgestaan door zijn advocaat. De minister voerde aan dat de inbewaringstelling terecht was en dat een lichter middel niet passend was. De rechter-commissaris stelde vast dat de advocaat van verzoeker niet aanwezig kon zijn tijdens de voorgeleiding, wat een schending van het verdedigingsbeginsel inhoudt. Echter, deze schending leidde niet tot onrechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring, omdat verzoeker geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die een andere besluitvorming zouden rechtvaardigen.
Verzoeker had meerdere verblijfsaanvragen ingediend die waren afgewezen en had na het verlopen van zijn toeristisch verblijf Aruba niet verlaten. Hoewel hij zich tijdens zijn asielprocedure aan de meldplicht had gehouden, stelde de minister onweerlegbaar dat een meldplicht tijdens een asielprocedure niet gelijk is aan een meldplicht tijdens een uitzettingsprocedure, waarbij uitzetting dreigt. De rechter-commissaris concludeerde dat de schending van het verdedigingsbeginsel verzoeker niet heeft verhinderd zich zodanig te verweren dat de uitkomst anders had kunnen zijn. Daarom werd het verzoek tot opheffing van de inbewaringstelling afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de administratiefrechtelijke inbewaringstelling wordt afgewezen omdat de schending van het verdedigingsbeginsel niet heeft geleid tot een andere besluitvorming.