ECLI:NL:OGEAA:2021:216
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening asiel na beoordeling gegronde vrees vervolging
Verzoeker, voormalig patrouilleagent bij EMCAR in Colombia, vroeg asiel aan na een uitzettingsbevel in Aruba. Hij stelde gegronde vrees voor vervolging wegens zijn eerdere werkzaamheden en bedreigingen door een paramilitaire groep. Verweerder wees dit af, stellende dat de verklaring van verzoeker ongeloofwaardig is en dat de situatie in Colombia veranderd is.
Het gerecht onderzocht of de beschikking tot afwijzing van het asielverzoek geschorst kon worden vanwege onevenredig nadeel voor verzoeker. Daarbij werd gekeken naar de geloofwaardigheid van de vrees voor vervolging en het risico op onmenselijke behandeling volgens het EVRM.
De rechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij na terugkeer vervolging zal ondervinden, mede gezien het feit dat hij jaren zonder problemen in Colombia verbleef en geen bescherming zocht bij autoriteiten. Ook het risico op foltering of onmenselijke behandeling werd niet aannemelijk geacht.
Daarom is het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van gegronde vrees voor vervolging.