ECLI:NL:OGEAA:2021:218
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tot toegang tot Aruba ondanks lopende verblijfsvergunning
Verzoekster, houder van een tijdelijke verblijfsvergunning voor huishoudelijk personeel, werd de toegang tot Aruba geweigerd op grond van een registratie dat zij tot 2025 uit Aruba was verwijderd. Verzoekster had echter een bewijs tot terugkeer ontvangen met de voorwaarde dat zij vóór 9 december 2020 moest terugkeren, maar keerde pas op 11 december 2020 terug.
Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen waardoor zij alsnog toegang tot Aruba zou krijgen. De voorzieningenrechter overwoog dat het gevorderde geen voorlopig karakter heeft, omdat toewijzing zou leiden tot een voldongen feit terwijl het bezwaar nog niet is beslist.
Van zeer bijzondere omstandigheden die een voorlopige voorziening rechtvaardigen was geen sprake. De vertraging door COVID-19 vluchten was onvoldoende om de niet-naleving van de terugkeervoorwaarde te rechtvaardigen. Het verzoek werd daarom afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tot toelating tot Aruba is afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.