De zaak betreft een verzoek van de Voogdijraad om de moeder te ontheffen van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind, geboren in 2009, vanwege grove verwaarlozing van verzorging en opvoeding. De moeder is thans gedetineerd en het kind verblijft sinds juni 2020 onder voorlopige voogdij bij de grootmoeder moederszijde.
Na een mondelinge behandeling waarbij de moeder via videoverbinding en de grootmoeder in persoon verschenen, heeft het gerecht het verzoek beoordeeld aan de hand van het rapport van de Voogdijraad en de zitting. Het gerecht concludeert dat ontzetting noodzakelijk is in het belang van het kind.
De grootmoeder is bereid de voogdij te aanvaarden en er zijn geen bezwaren tegen haar benoeming. Het gerecht ontzet de moeder uit het gezag en benoemt de grootmoeder tot voogdes, waarbij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.