ECLI:NL:OGEAA:2021:255
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening asiel wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Aruba in die door verweerder werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
De voorzieningenrechter beoordeelde of verzoeker een redelijke kans van slagen heeft met zijn bezwaar tegen de afwijzing. Verzoeker stelde te vrezen voor vervolging vanwege zijn politieke activiteiten voor de oppositiepartij Voluntad Popular, maar zijn verklaringen vertoonden tegenstrijdigheden en waren onvoldoende concreet.
Verweerder had de identiteit van verzoeker vastgesteld, maar concludeerde dat het asielrelaas niet zwaarwegend genoeg was om vluchtelingschap te rechtvaardigen. De voorzieningenrechter vond dit oordeel terecht, mede omdat verzoeker pas maanden na binnenkomst asiel aanvroeg en geen bewijs leverde van een specifieke bedreiging.
Ook de algemene veiligheidssituatie in Venezuela bood geen grond voor een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar naar verwachting in de hoofdzaak zal worden afgewezen en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het asielrelaas onvoldoende is om vluchtelingschap te concluderen.