ECLI:NL:OGEAA:2021:256
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel wegens illegaal verblijf
Verzoeker, een Colombiaanse nationaliteit, kwam op 25 augustus 2019 Aruba binnen als toerist met een toegestane verblijfsduur van 7 dagen. Na het verlopen van deze termijn verbleef hij illegaal op Aruba. Hij diende een aanvraag in voor een vergunning tot tijdelijk verblijf als inwonend huishoudelijk personeel, welke op 7 juni 2020 werd afgewezen vanwege niet voldoen aan inkomensvereisten en negatieve huiscontrole.
Op 9 april 2021 heeft verweerder een bevel tot uitzetting uitgevaardigd. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) om schorsing van het uitzettingsbevel. Hij voerde aan dat hij voor zijn zieke oom en tante moest zorgen en dat het uitlandigheidsvereiste hem niet kon worden tegengeworpen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar geen schorsende werking heeft en dat verzoeker illegaal verbleef. De vertrektermijn werd terecht op 0 dagen gesteld omdat verzoeker niet bereid was het eiland te verlaten. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er is geen grond voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbevel wordt afgewezen.