Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[zoon 1](hierna: zoon 1)
en [zoon 2](hierna: zoon 2),
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster en haar gezinsleden hebben bij verweerder een aanvraag ingediend tot verlenging van hun vergunningen tot tijdelijk verblijf met als doel gezinshereniging en arbeid in loondienst. Verweerder wees deze aanvragen af wegens het ontbreken van een geldige DPL-verklaring, een vereiste document voor verlenging.
Tegen deze afwijzingen maakten verzoekers bezwaar en vroegen zij het gerecht om een voorlopige voorziening te treffen waardoor zij in Aruba mochten verblijven totdat op het bezwaar was beslist. Tijdens de zitting stelde verzoekster dat zij niet op de hoogte was dat de DPL-verklaring niet ouder mocht zijn dan zes maanden en dat zij inmiddels een nieuwe verklaring had aangevraagd.
Het gerecht oordeelde dat de vergunningen van de echtgenoot en zonen afhankelijk zijn van die van verzoekster en dat de overgelegde DPL-verklaring van verzoekster verouderd was. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat verzoekster niet voldeed aan de vereisten en zij nog de mogelijkheid heeft om in de bezwaarfase het gebrek te herstellen. Er was geen grond voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige DPL-verklaring.