ECLI:NL:OGEAA:2021:273

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
10 februari 2021
Publicatiedatum
18 juni 2021
Zaaknummer
AUA202100063
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan inkomenseis

Verzoekster heeft een aanvraag tot verlenging van haar vergunning tot tijdelijk verblijf als huishoudelijk personeel ingediend, welke door de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie is afgewezen wegens het niet voldoen aan de solvabiliteitseisen. De garantsteller van verzoekster beschikt niet over het vereiste minimale bruto jaarinkomen van Afl. 50.000.

Verzoekster maakte bezwaar tegen deze beschikking en vroeg vervolgens bij het gerecht in eerste aanleg om een voorlopige voorziening, zodat zij in afwachting van de bezwaarprocedure in Aruba mocht verblijven en behandeld zou worden alsof zij de vergunning had. Tijdens de zitting was verzoekster niet aanwezig, ondanks behoorlijke oproeping.

De voorzieningenrechter overwoog dat uit de stukken blijkt dat verzoekster niet heeft aangetoond te voldoen aan de inkomenseis. Zonder nadere onderbouwing en gezien het ontbreken van aanwezigheid van verzoekster, is er geen grond om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet voldoen aan de inkomenseis.

Uitspraak

Uitspraak van 10 februari 2021
Lar nr. AUA202100063

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het verzoek in de zin van artikel 54 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Verzoekster],

verblijvend in Aruba,
VERZOEKSTER,
procederend in persoon,
gericht tegen:

DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,

zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 18 november 2020 (de bestreden beschikking) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster ter verlenging van haar vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel huishoudelijk personeel, afgewezen.
Op 14 december 2020 heeft verzoekster hiertegen bezwaar gemaakt.
Op 12 januari 2021 heeft verzoekster bij dit gerecht een verzoekschrift als bedoeld in artikel 54 van Pro de Lar ingediend.
Op 20 januari 2020 heeft verzoekster nadere stukken ingediend.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 27 januari 2021, alwaar is verschenen verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd. Verzoekster is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
Uitspraak is bepaald op heden.
OVERWEGINGEN
Het wettelijk kader
1. Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang.
Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.
De standpunten van partijen
2.1
Met het verzoek beoogt verzoekster te bewerkstelligen dat zij wordt toegestaan om, hangende de behandeling van het op 14 december 2020 tegen de bestreden beschikking ingediende bezwaarschrift, hier te lande te verblijven en te worden behandeld als ware zij in het bezit van de verzochte verblijfsvergunning.
2.2
Aan de bestreden beschikking heeft verweerder ten grondslag gelegd dat verzoekster niet aan de solvabiliteiteisen voor de verzochte vergunning voldoet, daar de garantsteller niet een inkomen van minimaal Afl. 50.000,- bruto per jaar heeft.
De beoordeling
3. Verweerder heeft zijn standpunt ter zitting, desgevraagd, nader toegelicht en onweersproken gesteld dat verzoekster ook in bezwaar niet met de vereiste documenten heeft aangetoond aan het inkomensvereiste voldoet.
4. Verzoekster is, zonder opgaaf van redenen, niet ter zitting verschenen, en heeft derhalve geen gebruik gemaakt van de aan haar geboden mogelijk om haar standpunt en verzoek nader ter zitting te onderbouwen.
5. De voorzieningenrechter overweegt dat uit de stukken en de verhandelde ter zitting valt af te leiden dat uit de door verzoekster bij de aanvraag ingediende stukken niet kan worden geconcludeerd dat de garantsteller een inkomen van minimaal Afl. 50.000,- bruto per jaar heeft. Naar voorlopig oordeel voldoet verzoekster dan ook niet aan de vereisten voor vergunningverlening. Onder deze omstandigheden is er geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2021 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.