Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- het verzoekschrift, ingediend op 14 januari 2021,
- de mondelinge behandeling ter zitting van 23 maart 2021, waar zijn verschenen de partijen in persoon en mr. [X] voor de Voogdijraad.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De Voogdijraad verzocht de rechtbank om de vader te veroordelen tot betaling van kinderalimentatie voor zijn twee minderjarige kinderen, geboren in 2013 en 2015. De moeder stelde de kosten van verzorging en opvoeding op respectievelijk Afl. 770 en Afl. 605 per maand, terwijl de vader een draagkrachtverweer voerde en aangaf een netto-inkomen van ongeveer Afl. 1.935 tot 1.975 per maand te hebben met vaste lasten.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de vader geen onderbouwd overzicht van zijn inkomsten en uitgaven had ingediend, waardoor de rechtbank alleen rekening hield met de huurkosten van Afl. 350 per maand. De moeder had een netto-inkomen van circa Afl. 2.159 met vaste lasten van ongeveer Afl. 505. De rechtbank stelde de kosten van verzorging en opvoeding voor beide kinderen vast op Afl. 550 per maand per kind, lager dan door de moeder opgegeven.
Gezien de draagkracht van beide ouders en de kosten van de kinderen, bepaalde het gerecht dat de vader een bijdrage van Afl. 270 per kind per maand moet betalen, ingaande 1 maart 2021. Deze bijdrage moet vooruitbetaald worden aan de Voogdijraad. Het verzoek tot een hogere bijdrage werd afgewezen.
Uitkomst: Vader moet vanaf 1 maart 2021 Afl. 270 per kind per maand betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn twee minderjarige kinderen.