ECLI:NL:OGEAA:2021:302

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
22 juni 2021
Publicatiedatum
2 juli 2021
Zaaknummer
AUA202100113
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:406 lid 1 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie bijdrage vader voor twee minderjarige kinderen

De Voogdijraad verzocht de rechtbank om de vader te veroordelen tot betaling van kinderalimentatie voor zijn twee minderjarige kinderen, geboren in 2013 en 2015. De moeder stelde de kosten van verzorging en opvoeding op respectievelijk Afl. 770 en Afl. 605 per maand, terwijl de vader een draagkrachtverweer voerde en aangaf een netto-inkomen van ongeveer Afl. 1.935 tot 1.975 per maand te hebben met vaste lasten.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de vader geen onderbouwd overzicht van zijn inkomsten en uitgaven had ingediend, waardoor de rechtbank alleen rekening hield met de huurkosten van Afl. 350 per maand. De moeder had een netto-inkomen van circa Afl. 2.159 met vaste lasten van ongeveer Afl. 505. De rechtbank stelde de kosten van verzorging en opvoeding voor beide kinderen vast op Afl. 550 per maand per kind, lager dan door de moeder opgegeven.

Gezien de draagkracht van beide ouders en de kosten van de kinderen, bepaalde het gerecht dat de vader een bijdrage van Afl. 270 per kind per maand moet betalen, ingaande 1 maart 2021. Deze bijdrage moet vooruitbetaald worden aan de Voogdijraad. Het verzoek tot een hogere bijdrage werd afgewezen.

Uitkomst: Vader moet vanaf 1 maart 2021 Afl. 270 per kind per maand betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn twee minderjarige kinderen.

Uitspraak

Beschikking van 22 juni 2021
behorend bij EJ nr. AUA202100113
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen:
DE VOOGDIJRAAD,
gevestigd in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
en:
[Verweerder],
wonende in Aruba, [adres],
VERWEERDER, hierna: de vader,
procederend in persoon.
Belanghebbende:
[Belanghebbende],de moeder.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 14 januari 2021,
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 23 maart 2021, waar zijn verschenen de partijen in persoon en mr. [X] voor de Voogdijraad.
De vader is vervolgens in de gelegenheid gesteld om alsnog een met stukken onderbouwd overzicht van zijn inkomen en uitgaven in te dienen. Van deze gelegenheid heeft de vader geen gebruik gemaakt.
Hierna is de uitspraak bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit de affectieve relatie tussen de vader en de moeder zijn in Aruba geboren, de thans nog minderjarigen:
- [ Minderjarige 1], op [geboortedatum] 2013, en
- [ Minderjarige 2], op [geboortedatum] 2015 (hierna: de minderjarigen).
2.2
De minderjarigen zijn door de vader erkend.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
Het verzoek
Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 375,- voor [minderjarige 1] en Afl. 300,- voor [minderjarige 2], ingaande 1 februari 2021 als voorziening in de kosten van hun verzorging en opvoeding. Daartoe wordt gesteld dat de kosten van [minderjarige 1] Afl. 770,- per maand bedragen en die van [minderjarige 2] Afl. 605,-, dat de vader niet bijdraagt in die kosten, en dat hij inkomen heeft zodat hij in staat moet worden geacht bij te kunnen dragen.
Het verweer
3.2
De vader heeft draagkrachtverweer gevoerd. Daartoe heeft hij gesteld dat hij maandelijks gemiddeld Afl. 1.975,- aan netto-inkomen uit arbeid heeft, en Afl. 1.410,- aan vaste lasten (huur ad. Afl. 350,-, en drie leningen ad. Afl. 1.060,-) per maand betaalt. Hij houdt dus over een bedrag van Afl. 565,- en is bereid om een bedrag van Afl. 150,- per kind per maand te betalen. Aldus de vader.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
4.2
Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.
4.3
De kosten van verzorging en opvoeding
4.3.1
De moeder heeft de kosten van de 7-jarige [minderjarige 1] bepaald op afgerond Afl. 770,-, inclusief kosten van naschoolse opvang en huiswerkbegeleiding, en die van de 5-jarige [minderjarige 2] op Afl. 605,- per maand, inclusief de kosten van naschoolse opvang.
4.3.2
Hoewel de vader deze kosten niet heeft bestreden, zal het gerecht bij de vaststelling van de kosten de richtsnoer van het gerecht hanteren, nu de draagkracht van de ouders ontoereikend is om de kosten, zoals door de moeder opgevoerd, te dragen.
4.3.3
Dit betekent dat de maandelijkse kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen zullen worden vastgesteld op een bedrag van Afl. 550,- (inclusief de naschoolse opvang) per kind per maand.
4.4
De draagkracht van de moeder
4.4.1
Uit de door de moeder overgelegde loonstroken blijkt dat zij een gemiddeld netto-maandloon heeft van Afl. 2.159,20.
4.4.2
Wat betreft de vaste lasten zal het gerecht rekening houden met de (onbetwiste) posten “lening CMB Bank” ad Afl. 224,79 en “Total Finance” ad Afl. 280,-. De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de moeder bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 505,-.
4.4.3
Uit het vorenstaande volgt dat de moeder maandelijks een bedrag overhoudt van afgerond Afl. 1.654,-, waarmee zij in haar eigen levensonderhoud dient te voorzien en aan haar verplichting om te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen dient te voldoen.
4.5
De draagkracht van de vader
Ter zitting heeft de vader aangevoerd dat hij met zijn huidige partner samenwoont en dat zij ook werkt. De vader heeft verder aangevoerd dat hij als ‘lifeguard’ bij Palm Island werkt, en dat hij een gemiddeld netto-maandinkomen heeft van Afl. 1.935,-, inclusief tips.
Nu de vader heeft nagelaten inzicht te geven in zijn financiële huishouding, zal het gerecht geen rekening houden met de door hem ter zitting opgevoerde doch niet onderbouwde posten van leningen. Het gerecht zal wel rekening houden met de door hem opgevoerde post van huur ad Afl. 350,- (de helft van de huurprijs), omdat aangenomen dient te worden dat een volwassen man een eigen woning bewoont, en huurpenningen betaalt dan wel een hypotheeklening aflost.
De vader houdt dan maandelijks over een bedrag van Afl. 1.585,- per maand, waarmee hij in zijn eigen levensonderhoud dient te voorzien en aan zijn alimentatieverplichting jegens de minderjarigen dient te voldoen.
4.6
Gelet op de draagkracht van de moeder en de vader enerzijds en de kosten van de minderjarigen anderzijds, acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 270,- per kind per maand in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De ingangsdatum van de bijdrage zal worden bepaald op 1 maart 2021.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt de bijdrage van [Verweerder] in de kosten van verzorging en opvoeding van [Minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba en van [Minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 in Aruba, met ingang van 1 maart 2021 op Afl. 270,- per kind per maand, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van 22 juni 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.