ECLI:NL:OGEAA:2021:317
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing meldingsplicht in bestuursrechtelijke procedure inzake verblijfsstatus
Verzoeker, een Venezolaanse nationaliteit dragende persoon die zonder geldige verblijfstitel in Aruba verbleef, kreeg van de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie een meldingsplicht opgelegd. Deze meldingsplicht hield in dat verzoeker zich driemaal per week moest melden bij het Bureau Vreemdelingentoezicht, met een geldigheidsduur tot 16 april 2021.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze mededeling en verzocht het gerecht om schorsing van de meldingsplicht. Hij stelde dat de meldingsplicht in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en dat het werkverbod dat ermee gepaard ging zijn levensonderhoud onmogelijk maakte. Tevens voerde hij aan dat de vertrekplicht in strijd was met het Vluchtelingenverdrag.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om schorsing een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Omdat de meldingsplicht tot 16 april 2021 gold en niet was verlengd, en omdat de mededeling geen vertrekplicht bevatte, was er geen spoedeisend belang voor schorsing. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de meldingsplicht wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.