ECLI:NL:OGEAA:2021:344
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na uitgezette asielaanvrager
Verzoeker, een Venezolaanse staatsburger, diende op 17 januari 2020 een asielaanvraag in Aruba in, welke op 21 maart 2020 werd afgewezen. Tegen deze beschikking maakte verzoeker bezwaar en verzocht het gerecht om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de afwijzing te schorsen. Eerder verzoeken om voorlopige voorzieningen werden reeds afgewezen.
Na een uitspraak waarbij het gerecht verweerder opdroeg binnen drie maanden een beslissing op het bezwaar te nemen, werd verzoeker op 27 april 2021 uitgezet naar Venezuela. Verzoeker diende daarop opnieuw een verzoek in om schorsing van de beschikking totdat op het bezwaar zou zijn beslist.
Het gerecht oordeelt dat door de uitgezette situatie het oorspronkelijke doel van het verzoek niet meer kan worden bereikt en dat de belangen van verzoeker niet zodanig spoedeisend zijn dat niet op de beslissing op bezwaar kan worden gewacht. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de verzoeker inmiddels is uitgezet en het beoogde doel niet meer kan worden bereikt.