ECLI:NL:OGEAA:2021:347
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bevel tot uitzetting zonder geldige verblijfsvergunning
Verzoekster, van Colombiaanse nationaliteit, verbleef in Aruba als toerist met een toegestane verblijfsduur van 18 dagen. Na het verstrijken van deze termijn werd zij werkend aangetroffen zonder geldige verblijfsvergunning. De minister van Justitie, Veiligheid en Integratie heeft daarop een bevel tot uitzetting uitgevaardigd met onmiddellijke vertrektermijn en een niet-toelatingsperiode van 24 maanden.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Zij voerde aan dat het uitzettingsbevel in strijd zou zijn met haar recht op gezinsleven zoals beschermd door het EVRM. De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder bevoegd was tot uitzetting op grond van de geldende wetgeving en dat verzoekster geen verblijfsvergunning had aangevraagd ondanks haar situatie.
De rechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen omdat geen bijzondere omstandigheden waren die het bevel tot uitzetting onredelijk maakten. Het verzoek werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bevel tot uitzetting wordt afgewezen.