ECLI:NL:OGEAA:2021:395

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
13 juli 2021
Publicatiedatum
10 september 2021
Zaaknummer
AUA202100368
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1614x lid 5 BWArt. 6:102 BWArt. 7A:1615w BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens permanente arbeidsongeschiktheid met toekenning ontbindingsvergoeding

De vennootschap DD Employment Agency & Services V.B.A. verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op grond van een gewichtige reden, namelijk zijn permanente 100% arbeidsongeschiktheid na een arbeidsongeval op 3 september 2015. [Verweerder] vorderde een ontbindingsvergoeding van Afl. 150.000.

Vast stond dat DD en de inlener Eljo Construction & Real Estate hoofdelijk aansprakelijk waren voor het ongeval en dat [verweerder] sindsdien niet meer kon werken. Het Gerecht oordeelde dat de ontbinding terecht was vanwege de arbeidsongeschiktheid, maar dat er ook sprake was van verwijtbaar handelen van DD wegens het niet naleven van haar zorgplicht.

Daarom werd een billijke ontbindingsvergoeding toegekend, rekening houdend met de duur van het dienstverband, het loon en de mate van verwijtbaarheid. Het Gerecht bepaalde een vergoeding van Afl. 40.000 als redelijk en billijk. Tevens werd een termijn gesteld voor intrekking van het verzoek, met bij intrekking een veroordeling in proceskosten aan de zijde van [verweerder]. Bij niet-intrekking volgt ontbinding met vergoeding en kostencompensatie.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens permanente arbeidsongeschiktheid met toekenning van een ontbindingsvergoeding van Afl. 40.000 bruto.

Uitspraak

Beschikking van 13 juli 2021
Behorend bij E.J. AUA202100368
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DD EMPLOYMENT AGENCY & SERVICES V.B.A.,
te Aruba,
verzoekster,
hierna te noemen: DD,
gemachtigde: advocaat mr. B.M. de Sousa,
tegen
[Naam verweerder],
te Aruba,
verweerder,
hierna te noemen: [verweerder],
gemachtigde: advocaat mr. J.J. Steward.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties;
- het verweerschrift met producties;
- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 26 maart 2021.
1.2
Ter zitting zijn verschenen: DD bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door mevrouw [naam directrice] (directrice van DD); [Verweerder] is verschenen samen met zijn gemachtigde. DD heeft gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om bij wijze van repliek te reageren op het verweerschrift, en dat onder overlegging van een voorgedragen pleitnota. Vervolgens heeft [verweerder] gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om bij wijze van dupliek te reageren op de repliek van DD.
1.3
Beschikking is nader bepaald op heden.

2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1
DD verzoekt het Gerecht om de arbeidsovereenkomst tussen partijen met onmiddellijke ingang dan wel op een door het Gerecht te bepalen tijdstip te ontbinden op grond van de in haar verzoekschrift gestelde gewichtige reden zonder toekenning aan [verweerder] van een door DD te betalen ontbindingsvergoeding, kosten rechtens.
2.2 [
Verweerder] voert verweer, en concludeert tot ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst onder toekenning van een door DD te betalen ontbindingsvergoeding ad Afl. 150.000,--.
2.3
Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3.DE BEOORDELING

3.1
Vast staat tussen partijen het volgende. DD is een uitzendbureau. [Verweerder] op 11 mei 2015 in loondienst is getreden bij DD, en sindsdien werd hij door DD op verschillende plekken tewerkgesteld (ingeleend) ter uitvoering van constructiewerkzaamheden. Het bruto maandloon van [verweerder] bedraagt Afl. 2.240,--. Tijdens uitvoering van constructiewerkzaamheden voor inlener Eljo Construction & Real Estate (hierna: Eljo) op 3 september 2015 heeft zich een arbeidsongeval voorgedaan waarbij [verweerder] betrokken was, als gevolg waarvan [verweerder] permanent 100% arbeidsongeschikt is verklaard (hierna: het ongeval). Bij rechterlijk gewijsde zijn Eljo en DD op grond van artikel 7A:1614x lid 5 BW in verbinding met artikel 6:102 BW Pro hoofdelijk aansprakelijk geoordeeld voor de schade van [verweerder] als gevolg van het ongeval, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en zijn Eljo en DD hoofdelijk veroordeeld om ten titel van voorschot op schadevergoeding aan [verweerder] te betalen Afl. 24.124,80.
3.2
De omstandigheid dat [verweerder] permanent 100% arbeidsongeschikt is verklaard levert een gewichtige reden op voor ontbinding van de tussen partijen geldende arbeidsovereenkomst. Die ontbinding zal daarom worden uitgesproken. De thans te beantwoorden vraag is of [verweerder] al dan niet in aanmerking komt voor een door DD te betalen ontbindingsvergoeding. Daarbij wordt vooropgesteld dat een ontbindingsvergoeding een vergoeding naar billijkheid is en geen schadevergoeding.
3.3
Uit de hiervoor onder 3.1 vermelde feiten volgt dat de grond voor de door DD verzochte ontbinding is gelegen in verwijtbaar handelen aan mede haar zijde jegens [verweerder], bestaande uit het niet voldoen aan de ook op DD rustende zorgplicht om [verweerder] op zijn werkplek te beschermen tegen een voorzienbare gevaarlijke situatie als gevolg waarvan hem het ongeval is overkomen. In die omstandigheid ziet het Gerecht grond voor toekenning aan [verweerder] van een door DD te betalen ontbindingsvergoeding. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die nopen tot een ander oordeel.
3.4
Alle omstandigheden van het geval, waaronder onder meer begrepen de duur van het dienstverband van [verweerder] bij DD, de hoogte van zijn loon alsmede de mate en aard van het verwijtbaar handelen van DD, komt het Gerecht een vergoeding van bruto
Afl. 40.000,-- redelijk en billijk voor.
3.5
Op de voet van het bepaalde in het zesde lid van artikel 7A:1615w BW zal het Gerecht als na te melden een termijn stellen waarbinnen DD haar ontbindingsverzoek - zo haar dat geraden voorkomt - kan intrekken. Indien DD haar verzoek tijdig intrekt, zal zij in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verweerder] worden veroordeeld. Die kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 5 ad Afl. 1.250,-- per punt).
3.6
Indien DD haar verzoek niet (tijdig) intrekt, brengen de aard en uitkomst van deze procedure met zich dat de proceskosten zullen worden gecompenseerd tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
-stelt DD in de gelegenheid om haar ontbindingsverzoek in te trekken middels een daartoe
uiterlijk op dinsdag 20 juli 2021ter griffie van het Gerecht af te leggen schriftelijke verklaring, met gelijktijdig afschrift daarvan aan [verweerder] en aan ondergetekende rechter;
-veroordeelt DD in dat geval in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verweerder], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris gemachtigde;
INDIEN DD HAAR VERZOEK NIET (TIJDIG) INTREKT
-ontbindt de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst wegens een gewichtige reden met ingang van
woensdag 21 juli 2021;
-veroordeelt DD om aan [verweerder] te betalen een ontbindingsvergoeding ad Afl. 40.000,-- bruto;
-compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt;
-wijst af het meer of anders door DD verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 13 juli 2021 in aanwezigheid van de griffier.