ECLI:NL:OGEAA:2021:41

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
9 februari 2021
Publicatiedatum
15 februari 2021
Zaaknummer
AUA201903745
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BW ArubaArt. 1:228 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanvullend onderzoek naar adoptieverzoek wegens zorgen over veiligheid minderjarige

Verzoekers, voogdes en een medeverzoeker, hebben een adoptieverzoek ingediend voor een minderjarige die sinds december 2016 bij hen woont. De moeder is uit het gezag ontzet wegens slecht levensgedrag en grove verwaarlozing. De Voogdijraad rapporteerde zorgen over het alcoholgebruik van een van de verzoekers en de veiligheid van de minderjarige, en adviseerde een kinderbeschermingsonderzoek.

De moeder verzet zich tegen de adoptie en klaagt over het ontbreken van contact met de minderjarige en het gedrag van verzoeker onder invloed van alcohol. Verzoekers ontkennen het drankprobleem en benadrukken hun liefdevolle en gestructureerde opvoeding. Het gerecht acht de informatie onvoldoende voor een beslissing en verzoekt de Voogdijraad om aanvullend onderzoek naar de sociale omstandigheden en de veiligheid van de minderjarige.

De zaak wordt aangehouden tot het rapport van de Voogdijraad is ingediend, waarna verdere beslissing volgt. Het belang van de minderjarige staat centraal in de beoordeling van het adoptieverzoek.

Uitkomst: Het adoptieverzoek wordt aangehouden voor aanvullend onderzoek naar de veiligheid en sociale omstandigheden van de minderjarige.

Uitspraak

Beschikking van 9 februari 2021
Behorend bij EJ nr. AUA201903745
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[verzoeker 1], de voogdes,
[verzoeker 2],
beiden wonende in Aruba,
VERZOEKERS,
procederend in persoon,
tegen
[naam moeder],de moeder,
[naam vader], de vader,
beiden wonende in Aruba,
VERWEERDERS, hierna ook te noemen: de ouders,
niet verschenen.
Belanghebbende:
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba,
hierna de minderjarige.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 29 oktober 2019,
- de mondelinge behandeling ter zitting van 4 februari 2020, waar verzoekers zijn verschenen, en voor de Voogdijraad aanwezig was, de heer [naam raadsonderzoeker], raadsonderzoeker. De ouders hebben geen verweerschrift ingediend en zijn, ondanks de behoorlijke oproeping, niet verschenen,
- het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 26 oktober 2020,
- de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 8 december 2020, waar zijn verschenen de verzoekers in persoon en voor de Voogdijraad, mevrouw [naam raadsonderzoeker].
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
De minderjarige is geboren uit de moeder en is door de vader erkend. De moeder oefende van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uit.
2.2
Bij beschikking van dit gerecht van 4 juli 2017 (EJ nr. 984 van 2017), is de moeder van het gezag over de minderjarige ontzet, en is mevrouw [verzoeker 1] tot voogdes over de minderjarige benoemd.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot adoptie van de minderjarige door verzoekers. Aan dit verzoek hebben verzoekers ten grondslag gelegd, dat de minderjarige al vanaf december 2016 bij hen thuis woont en door hen liefdevol wordt verzorgd en opgevoed. De adoptie is in het kennelijk belang van de minderjarige, aldus verzoekers.

4.DE BEOORDELING

4.1
Een adoptieverzoek is toewijsbaar indien de adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is en aan de in artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) gestelde voorwaarden is voldaan.
4.2
Ter zitting van 4 februari 2020 heeft het gerecht de Voogdijraad verzocht onderzoek te verrichten naar de omschreven voorwaarden, en bij zijn onderzoek tevens te betrekken de vraag of de adoptie in het kennelijk belang is van de minderjarige.
4.3
In zijn rapport van 22 oktober 2020 schrijft de Voogdijraad – voor zover hier van belang – het volgende:
De minderjarige woont sinds zij een baby is bij verzoekers. Verzoekers dachten eerst dat de minderjarige hun kleinkind was, omdat de moeder hun zoon als verwekker had aangewezen. Uit DNA-onderzoek is gebleken dat de zoon niet de biologische vader van de minderjarige is. In juli 2017 is de moeder uit haar gezag over de minderjarige ontzet wegens slecht levensgedrag en grove verwaarlozing van de minderjarige, en is mevrouw [verzoeker 1] tot voogdes over de minderjarige benoemd.
Verzoekers beschouwen de minderjarige als hun eigen kind en zijn zeer aan haar gehecht. Ze willen haar stabiliteit, liefde, structuur, veiligheid en zekerheid bieden, en achten zich daartoe in staat.
Volgens de kleuterjuffrouw van de minderjarige is de minderjarige een spontaan, lief, sociaal en druk 5-jarig meisje. Ze komt altijd op tijd en goed verzorgd naar school en doet goed mee op school. Zij beschouwt verzoekers als haar ouders en zegt nooit iets over haar moeder en/of familie.
De moeder heeft zich verzet tegen het adoptieverzoek en heeft verteld dat verzoekers niet toestaan dat zij omgang heeft met de minderjarige. Zij heeft de weinige bezoekmomenten die ze heeft gehad, als zeer slecht ervaren, omdat zij telkens door de heer [verzoeker 2] (de verzoeker) wordt beledigd over gebeurtenissen uit haar verleden. Ze heeft nu al twee jaar geen contact met de minderjarige. Ook haar familieleden mogen geen contact opnemen met de minderjarige. Volgens de moeder gebruikt de verzoeker veel alcohol en behandelt hij de minderjarige erg slecht wanneer hij onder invloed is, aldus de moeder.
Volgens de voogdes heeft de moeder al ruim drie jaar geen contact met de minderjarige. Volgens de verzoeker is de moeder problematisch en heeft ze al een tijdlang geen contact gezocht met de minderjarige.
Van andere informanten/familieleden hebben de raadsonderzoekers (ook) te horen gekregen dat de verzoeker (veel) alcohol gebruikt en vervelend en/of agressief wordt wanneer hij onder invloed verkeert.
De Voogdijraad heeft naar aanleiding van het onderzoek geconstateerd dat verzoekers een hechte band met de minderjarige hebben, dat er klachten zijn over het misbruik van alcohol door de verzoeker en de problemen in de thuissituatie die daardoor worden veroorzaakt, en dat de voogdes het alcoholprobleem van verzoeker tijdens het onderzoek heeft verzwegen.
De Voogdijraad concludeert dat er zorgen zijn over de leefsituatie en veiligheid van de minderjarige, en dat een kinderbeschermingsonderzoek moet worden verricht. Adoptie is op dit moment niet in het kennelijk belang van de minderjarige, aldus de Voogdijraad.
4.4
Verzoekers hebben ter zitting ontkend dat de verzoeker een drankprobleem heeft. Volgens verzoekers verzorgen zij de minderjarige al vijf jaar goed, en willen zij alleen het beste voor haar. Ze voeden de minderjarige op zoals zij hun eigen inmiddels meerderjarige kinderen ook hebben opgevoed, namelijk streng, met structuur en discipline, en liefdevol. De moeder en haar familie kijken al jaren niet om naar de minderjarige, terwijl de grootvader aan moederszijde 200 meter van verzoekers vandaan woont.
4.5
Het gerecht acht zich op grond van het vorenstaande, de stukken en het verhandelde ter zitting nog onvoldoende voorgelicht om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen. De Voogdijraad wordt daarom verzocht om een aanvullend onderzoek te verrichten naar de sociale omstandigheden van verzoekers, en daarbij de vraag te betrekken of de ontwikkeling van de minderjarige wordt bedreigd onder het gezag van de voogdes, zodanig dat de voogdes van de voogdij over de minderjarige dient te worden ontslagen of ontzet.
4.6
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
- verzoekt de Voogdijraad onderzoek te verrichten als bedoeld in overweging 2.3 bedoeld, en daarover rapport uit te brengen,
- verwijst de zaak naar de zitting van
dinsdag, 4 mei 2021 om 8.30 uur, voor het indienen van bedoeld rapport door de Voogdijraad,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter zitting van dinsdag 9 februari 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.