Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.DE BEOORDELING
ING/De Keijzer Beheer).
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Rovi, een schoonmaakbedrijf met 73 medewerkers, heeft sinds december 2019 een zakelijke bankrekening bij RBC. RBC zegde de bankrelatie op zonder voorafgaande motivering, terwijl een tekeningsbevoegde aandeelhouder, (C), een verleden heeft met faillissementsfraude en valsheid in geschrifte. RBC baseert haar opzegging op integriteitsrisico's en reputatieschade door de betrokkenheid van (C).
Rovi vordert in kort geding dat RBC de bankrekening openhoudt, omdat zij nog geen alternatief heeft en de opzegging zonder zwaarwegende reden is. Het gerecht stelt vast dat RBC haar reden voor opzegging niet schriftelijk heeft medegedeeld en geen overleg heeft gevoerd met Rovi over mogelijke voorwaarden.
Het gerecht overweegt dat RBC wel bevoegd is tot opzegging op grond van de algemene voorwaarden, maar dat de uitoefening van die bevoegdheid aan de maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet voldoen. Gezien het ontbreken van overleg, het ontbreken van concrete integriteits- of reputatieschade en het belang van Rovi en haar werknemers, is voorshands aannemelijk dat de opzegging onaanvaardbaar is.
Daarom beveelt het gerecht RBC om de rekening open te houden zolang de bodemrechter niet anders beslist en legt een dwangsom op bij niet-naleving. RBC wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: RBC wordt veroordeeld de bankrekening van Rovi open te houden tot de bodemrechter anders beslist, met oplegging van een dwangsom.