ECLI:NL:OGEAA:2021:426
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling hoofdsom en wettelijke rente op geldlening met maximale rente
De naamloze vennootschap Island Finance Aruba N.V. (IFA) vordert betaling van een geldlening van Afl. 9.152,43 plus wettelijke rente vanaf 15 juli 2018 en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 750,-- van gedaagde. Gedaagde voert verweer en betwist de vordering.
Het Gerecht verwijst naar een eerder tussenvonnis en een onherroepelijk vonnis van het Hof waarin is vastgesteld dat IFA maximaal 27% APR mag overeenkomen met geldleners in Aruba. IFA heeft een herberekening van de vordering overgelegd die niet door gedaagde is bestreden, waardoor de hoofdsom en rente opeisbaar zijn.
Gedaagde stelde dat IFA haar vordering op mede-schuldenaar had moeten richten, maar het Gerecht oordeelt dat IFA bevoegd is om gedaagde alleen te dagvaarden vanwege hoofdelijke aansprakelijkheid. Ook het verweer tegen de incassokosten wordt verworpen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 9.152,43 met wettelijke rente vanaf 15 juli 2018 en incassokosten van Afl. 750,-- plus proceskosten.