De eiseres vordert dwangsommen tegen het Land Aruba vanwege het niet naleven van een vonnis van 12 mei 2021, waarin het Land werd veroordeeld om haar een optie te verlenen op het verkrijgen van erfpachtrecht op een perceel. Het Land is niet in hoger beroep gegaan, waardoor het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, maar heeft nog niet aan de veroordeling voldaan.
De eiseres vraagt onder meer een verbod voor het Land om het erfpachtrecht aan derden te vervreemden, een dwangsom voor het niet binnen twee weken verlenen van de optie, en dwangsommen bij niet-naleving van de optievoorwaarden. Het Land stelt dat uitvoering tijd kost en dat er geen opzet is om te vertragen.
De rechter oordeelt dat het verbod op vervreemding toewijsbaar is en legt een dwangsom van Afl. 100.000,- op voor overtreding hiervan. Tevens wordt een dwangsom van Afl. 1.000,- per dag (maximaal Afl. 100.000,-) opgelegd voor het niet tijdig verlenen van de optie, ingaande twee weken na betekening van het vonnis. Andere dwangsommen worden afgewezen. Betalingen van proceskosten en betekeningskosten worden toegewezen met wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.