ECLI:NL:OGEAA:2021:461

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 oktober 2021
Publicatiedatum
20 oktober 2021
Zaaknummer
AUA202100636
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 130 lid 2 RvArt. 135 RvArt. 136 lid 1 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing loonvordering wegens akkoord op arbeidsomvangvermindering van 40%

De werknemer was sinds mei 2020 op non-actief gesteld en ontving sindsdien 60% van haar salaris. Zij stelde dat zij niet akkoord was gegaan met de salarisvermindering, terwijl de werkgever stelde dat zij maandelijks schriftelijk instemde met een vermindering van haar arbeidsomvang met 40% in verband met loonsubsidie.

Het geschil draaide om de vraag of tussen partijen een tijdelijke korting op het loon was overeengekomen. Het Gerecht stelde vast dat de werknemer meerdere malen akte had getekend waarin zij akkoord ging met een vermindering van haar arbeidsomvang met 40%. Deze onderhandse akten vormden dwingend bewijs van haar instemming.

De werknemer voerde tegenbewijs aan, maar het Gerecht vond dit onvoldoende gemotiveerd en zag geen ruimte voor tegenbewijs. Ook het argument dat het kortingspercentage achteraf door de werkgever was ingevuld, werd verworpen omdat de werknemer gedurende de hele periode het ontvangen salaris kon begrijpen als een instemming met een 40% vermindering.

Daarom wees het Gerecht het verzoek van de werknemer af en veroordeelde haar in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E.B. de Haseth op 5 oktober 2021.

Uitkomst: Het verzoek tot betaling van het volledige loon wordt afgewezen wegens dwingend bewijs van akkoord op 40% arbeidsomvangvermindering.

Uitspraak

Beschikking van 5 oktober 2021
Behorend bij E.J. AUA202100636
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[Verzoekster],
te Aruba,
verzoekster,
hierna te noemen: [naam verzoekster],
gemachtigde: de advocaten mrs. H.G. Figaroa en A.E.A. Hernandez,
tegen:
de naamloze vennootschap
COMESTIBLES PREFERIBLE ARUBANO N.V.,
te Aruba,
verweerster,
hierna te noemen: Compra,
gemachtigden: de advocaat mr. D.G. Kock.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties;
- het verweerschrift met producties;
- de mondelinge behandeling van de zaak ter zitting van 2 maart 2021, waarbij aanwezig waren: [naam verzoekster], bijgestaan door mr. [X] voornoemd, en Compra, vertegenwoordigd door de advocaat mr. P. Smit.
1.2
De datum van de uitspraak is bepaald op heden.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [
naam verzoekster] is op grond van een arbeidsovereenkomst in loondienst bij Compra.
2.2 [
naam verzoekster] is met ingang van mei 2020 op non-actief gesteld en verricht sindsdien geen werkzaamheden meer.
2.3
Sinds mei 2020 ontvangt [naam verzoekster] 60% van het salaris.
2.4
In een geschrift van 19 juni 2020 is onder meer het volgende vermeld:
“Akkoordverklaring arbeidsomvang vermindering juni 2020 (...)
In verband met de aanvraag van de werkgever tot toekenning van loonsubsidie voor zijn werknemer(s) en de voor de toekenning ervan verbonden voorwaarden:
VERKLAREN werkgever en werknemer door plaatsing van hun handtekening op dit formulier akkoord te gaan met een vermindering van hun in de arbeidsovereenkomst overeengekomen arbeidsomvang met ten minste 0% en ten hoogste 40% van de duur van de loonsubsidie te zijn overeengekomen.
(* het percentage waarmee de arbeidsomvang is verminderd per werknemer in het hokje ‘Reductie’ invullen)
Aldus naar waarheid verklaard en ondertekend in Aruba op 19 juni 2020 (…)”
Het geschrift is namens Compra en diverse werknemers, waaronder [naam verzoekster], ondertekend. In het hokje ‘Reductie’ is bij [naam verzoekster] met de hand ingevuld 40%.
2.5 [
naam verzoekster] heeft gedurende de periode van juli 2020 tot en met mei 2021 gelijkluidende geschriften ondertekend.
2.6
Bij brief van 22 december 2020 heeft de gemachtigde van [naam verzoekster] Compra verzocht en zo nodig gesommeerd om [naam verzoekster] met onmiddellijke ingang het volledige salaris uit te betalen.
2.7
Bij brief van 29 december 2020 heeft Compra de gemachtigde van [naam verzoekster] onder meer het volgende bericht:
“U stelt in bovengenoemde brief dat Compra eenzijdig een salarisreductie heeft toegepast. Uw stelling is niet in overeenstemming met de feiten. Mevrouw [naam verzoekster] heeft vanaf juni 2020 maandelijks schriftelijk ingestemd met arbeidsomvang vermindering en werd telkens dientengevolge correct uitbetaald.”
2.8
Bij brief van 12 januari 2021 heeft de gemachtigde van [naam verzoekster] Compra onder meer het volgende bericht:
“In uw schrijven geeft u aan dat cliënte akkoord zou zijn gegaan met het verminderen van haar arbeidsomvang sedert juni 2020. Cliënte ontkent dat dat het geval zou zijn. Gaarne ontvang ik een kopie van voornoemde overeenkomst(en).”
2.9
Bij brief van 18 januari 2021 heeft Compra de gemachtigde van [naam verzoekster] onder meer het volgende bericht:
“Het bevreemd Compra zeer dat Uw cliënte ontkent akkoord te zijn gegaan met arbeidsomvang vermindering. Wij stellen voor dat U dit nogmaals met Uw cliënte bespreekt en indien zij volhardt in datgene wat zij aan U heeft verklaard, dan zouden wij gaarne het door U genoemde bewijs ter hand stellen.”
2.1
Bij brief van 9 februari 2021 heeft de gemachtigde van [naam verzoekster] Compra onder meer het volgende bericht:
“In uw schrijven vermeldt u (nogmaals) dat het u bevreemdt dat cliënte stelt niet akkoord te zijn gegaan met werktijdenvermindering. Cliënte ontkent wederom dat dit het geval zou zijn. Cliënte heeft meerdere keren (via app) gevraagd om haar werk te vervatten, zulks echter tevergeefs. Gaarne ontvang (nu wel) ik een kopie van de overeenkomst(en) waaruit naar uw mening blijkt dat cliënte uitdrukkelijk en ondubbelzinnig akkoord zou zijn gegaan met minder werkuren/salaris.”

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
Het verzoek strekt ertoe dat het Gerecht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
a. a) Compra veroordeeld om tegen kwijting aan [naam verzoekster] haar volledige loon door te betalen vanaf december 2020 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd;
b) Compra te veroordelen aan [naam verzoekster] te voldoen de wettelijke verhoging over de onder a toe te wijzen bedragen;
c) Compra te veroordelen aan [naam verzoekster] te betalen de wettelijke rente over de onder a toegewezen bedragen, te rekenen vanaf de opeisbaarheid hiervan tot de dag der algehele voldoening;
d) subsidiair, iedere andere door U.EA in goede justitie te vermenen voorziening te treffen;
e) alles met veroordeling van Compra in de kosten van dit geding.
3.2
Ter onderbouwing van het verzoek heeft [naam verzoekster] betoogd dat zij niet akkoord is gegaan met salarisvermindering, dat andere collega’s hun volledige salaris hebben behouden, en dat voor Compra geen financiële noodzaak bestaat tot vermindering van het salaris van haar werknemers.
3.3
Compra heeft verweer gevoerd en heeft verzocht om het verzoek af te wijzen, met veroordeling van [naam verzoekster] in de proceskosten.

4.DE BEOORDELING

4.1
In geschil is of een tijdelijke korting op het loon van [naam verzoekster] tussen partijen is overeengekomen.
4.2
De hiervoor onder 2.4 en 2.5 vermelde geschriften zijn onderhandse akten als bedoeld in artikel 135 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) nu het geschriften zijn, die zijn ondertekend en bestemd zijn om tot bewijs te dienen.
Artikel 136, lid 1, Rv bepaalt dat een onderhandse akte ten aanzien van een verklaring van een partij omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen, tussen partijen dwingend bewijs oplevert van de waarheid van die verklaring, tenzij dit zou kunnen leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat. Daartegen staat tegenbewijs open (artikel 130, lid 2, Rv).
4.3
In de onderscheiden akten is steeds verklaard “dat de werknemer door plaatsing van zijn handtekening op het formulier akkoord gaat met een vermindering van de in de arbeidsovereenkomst overeengekomen arbeidsomvang met ten minste 0% en ten hoogste 40% van de duur van de loonsubsidie te zijn overeengekomen.” Bij de naam van [naam verzoekster] is in die akten steeds vermeld 40%. Dat betekent dat deze akten tussen partijen dwingend bewijs opleveren van de verklaring dat [naam verzoekster] voor het desbetreffende tijdvak akkoord gaat met een vermindering van de arbeidsomvang van 40%. Het Gerecht ziet voorts geen ruimte om [naam verzoekster] toe te laten tot het tegenbewijs. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat [naam verzoekster] onvoldoende gemotiveerd heeft aangevoerd dat zij anders heeft verklaard, dan steeds in de akten is vermeld. De enkele stelling dat zij het er niet mee eens was, is daarvoor onvoldoende. Daarmee heeft zij niet aangevoerd dat en waarom Compra de ondertekening van de akten niet heeft mogen opvatten als een verklaring van [naam verzoekster] dat zij instemde met een tijdelijke vermindering van de arbeidsomvang, terwijl in die akten uitdrukkelijk is vermeld dat met het plaatsen van een handtekening daarvoor akkoord wordt gegeven. Dat [naam verzoekster] bij het plaatsen van haar handtekening steeds “SVB” heeft vermeld is daartoe onvoldoende, juist nu de akkoordverklaring is gegeven met het oog op de aanvraag van loonsubsidie door Compra bij de Sociale Verzekeringsbank. Daar komt nog bij dat [naam verzoekster] desgevraagd ter zitting heeft verklaard dat zij steeds maandelijks na bericht van Compra de formulieren heeft ondertekend met het oog op de ontvangst van loonsubsidie door de SVB, ook nadat Compra haar had voorgehouden dat zij daarmee instemde met het toepassen van een vermindering van de arbeidsomvang. Voor zover [naam verzoekster] nog heeft aangevoerd dat zij dan in elk geval niet akkoord is gegaan met het toegepaste kortingspercentage van 40%, omdat dat achteraf door Compra werd ingevuld, is ook dat onvoldoende. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat [naam verzoekster] gedurende de gehele periode geen ander percentage heeft ingevuld terwijl zij met het ontvangen van 60% van het salaris sinds mei 2020 kon en moest begrijpen dat zij aldus akkoord ging met een vermindering van de arbeidsomvang met 40%.
4.4
Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen die alle zijn gegrond op de stellingen van [naam verzoekster] dat partijen geen tijdelijke vermindering van de arbeidsomvang zijn overeengekomen, zullen worden afgewezen.
4.5 [
naam verzoekster] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
5.1
wijst het door [naam verzoekster] verzochte af;
5.2
veroordeelt [naam verzoekster] in de kosten van de procedure, die tot de datum van de uitspraak
aan de kant van Compra worden begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris van de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 5 oktober 2021 in aanwezigheid van de griffier.
Datum uitspraak: 5 oktober 2021
Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Zaaknummer: EJ nr. AUA202100636
Inhoudsindicatie: In de onderscheiden akten is steeds verklaard “dat de werknemer door plaatsing van zijn handtekening op het formulier akkoord gaat met een vermindering van de in de arbeidsovereenkomst overeengekomen arbeidsomvang met ten minste 0% en ten hoogste 40% van de duur van de loonsubsidie te zijn overeengekomen.” Bij de naam van de werknemer is in die akten steeds vermeld 40%. Dat betekent dat deze akten tussen partijen dwingend bewijs opleveren van de verklaring dat de werknemer voor het desbetreffende tijdvak akkoord gaat met een vermindering van de arbeidsomvang van 40%. Het Gerecht ziet geen ruimte om de werknemer toe te laten tot het tegenbewijs.
Formele relaties (optioneel):
Rechtsgebieden: Civiel, Arbeidsrecht
Rechter: mr. M.E.B. de Haseth
Bijzondere kenmerken: