In deze civiele zaak bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba staat een geschil centraal over een grensoverschrijdende bouw van 60 m2 op een perceel domeingrond waarop een erfpachtrecht rust. De eiseres in conventie vordert dat de gedaagde in conventie het gebouw verwijdert en schadevergoeding betaalt wegens onrechtmatige daad. De gedaagde vordert in reconventie erkenning van verkrijgende verjaring van het erfpachtrecht op het grensoverschrijdende deel en schadevergoeding.
De rechter stelt vast dat de eiseres in conventie geen zakelijke rechten op het erfpachtrecht heeft, mede omdat de volmacht tot overdracht van het erfpachtrecht aan haar op 4 november 2019 is geëindigd. Hierdoor kunnen haar vorderingen niet worden toegewezen. De reconventionele vorderingen van de gedaagde worden eveneens afgewezen omdat hij niet gerechtigd is tot het erfpachtrecht en zelf onrechtmatig heeft gehandeld door grensoverschrijdend te bouwen.
Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten, waarbij de kosten van de eiseres in conventie nihil worden begroot vanwege het ontbreken van professionele rechtsbijstand, en de kosten van de gedaagde in conventie worden vastgesteld op Afl. 3.125,--. De zaak wordt hiermee gesloten met afwijzing van alle vorderingen.