ECLI:NL:OGEAA:2021:5
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing op bezwaar tegen achterwege laten voorwaardelijke invrijheidstelling
Klager, veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk, diende bezwaar in tegen het besluit van de minister om zijn voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege te laten. De minister baseerde dit op contra-indicaties en een negatief advies van de Reclassering, hoewel het Centraal College voor de Reclassering positief had geadviseerd.
Tijdens de behandeling werd vastgesteld dat de minister volgens artikel 1:35 lid 1 Sr Pro niet bevoegd is om af te wijken van het advies van het College. Klager toonde bereidheid tot begeleiding en verontschuldigde zich voor eerdere negatieve uitingen. Het gerecht concludeerde dat het bezwaar gegrond is en vernietigde de beslissing van de minister.
Vervolgens beval het gerecht de voorwaardelijke invrijheidstelling met een proeftijd van één jaar, inclusief de algemene voorwaarde dat klager zich gedurende deze periode niet schuldig mag maken aan een strafbaar feit. Tevens werd bevestigd dat de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht van kracht blijft vanaf het moment van invrijheidstelling.
Uitkomst: Het gerecht beveelt de voorwaardelijke invrijheidstelling van klager met een proeftijd van één jaar en vernietigt de beslissing van de minister om deze achterwege te laten.