ECLI:NL:OGEAA:2021:504
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verlenging verblijfsvergunning Aruba
Verzoeker, van Colombiaanse nationaliteit, vroeg om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot verlenging van een vergunning tot tijdelijk verblijf in Aruba. De minister had de aanvraag afgewezen omdat de werkgever van verzoeker niet aan zijn aangifteplicht had voldaan en openstaande belastingschulden had.
Verzoeker stelde dat zijn werkgever een betalingsregeling had getroffen en dat hij door de afwijzing onverzekerd was tegen zorgkosten. Het verzoek betrof het behandelen van verzoeker alsof hij in het bezit was van de vergunning totdat op bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen spoedeisend belang was gebleken. Verzoeker werd niet met uitzetting bedreigd en had de aanvraag pas geruime tijd na het verlopen van de vorige vergunning ingediend. De onzekerheid over de toekomst was onvoldoende voor een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.