Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
Estimado [naam verzoekster]
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster trad in juli 2019 in dienst bij Huchada N.V. als verkoopster. Door de financiële impact van COVID-19 stelde Huchada in april 2020 een tijdelijke vermindering van de arbeidsomvang van 100% voor, waar verzoekster een brief van ondertekende. Verzoekster werkte vanaf 21 april 2020 niet meer en ontving geen loon.
Verzoekster vorderde betaling van achterstallig loon over mei tot en met augustus 2020, stellende dat zij niet met de arbeidsvermindering had ingestemd en dat Huchada verplicht was loon door te betalen. Huchada betwistte dit en stelde dat verzoekster uitdrukkelijk akkoord was gegaan met de regeling.
Het Gerecht oordeelde dat verzoekster de brief enkel voor ontvangst had getekend en onvoldoende had onderbouwd dat zij niet had ingestemd. Huchada had gemotiveerd betwist dat sprake was van instemming en verwees naar verklaringen van leidinggevenden. Verzoekster had ook nagelaten Huchada te informeren over haar verzoek aan de Sociale Verzekeringsbank en de afwijzing daarvan.
Daarom werd geconcludeerd dat verzoekster instemde met de tijdelijke arbeidsvermindering en Huchada geen loon verschuldigd was over de periode van niet-werken, ook niet tijdens zwangerschap en bevallingsverlof. De vordering werd afgewezen en verzoekster veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot betaling van achterstallig loon wordt afgewezen omdat verzoekster instemde met de tijdelijke arbeidsvermindering.