Uitspraak
AFP AMERICA,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Het geschil betreft een verzet tegen een vonnis waarbij TBH en opposant 2 hoofdelijk waren veroordeeld tot betaling aan geopposeerde. Het oorspronkelijke vonnis was bij verstek gewezen. TBH en opposant 2 stelden tijdig verzet in en werden ontvankelijk verklaard.
Geopposeerde voerde aan dat zij een koopovereenkomst had gesloten met opposant 2, die de goederen in Aruba zou hebben ingevoerd en verkocht. Het Gerecht oordeelde echter dat deze stelling onvoldoende feitelijke onderbouwing bevatte, met name over de aard, prijs en datum van de koopovereenkomst. Bovendien stelde geopposeerde dat opposant 2 onrechtmatig had gehandeld door de opbrengst van de verkoop voor zichzelf te houden, maar ook hiervoor ontbrak een concrete onderbouwing.
Opposant 2 stelde dat een deel van de goederen niet verkocht kon worden vanwege verlopen houdbaarheidsdata en importbeperkingen, wat door geopposeerde niet werd betwist. Het Gerecht concludeerde dat er geen contractuele betalingsverplichting rustte op TBH of opposant 2 jegens geopposeerde.
Daarom werd het verzet van TBH en opposant 2 gegrond verklaard, het vonnis waarvan verzet vernietigd en de oorspronkelijke vorderingen afgewezen. Geopposeerde werd veroordeeld in de proceskosten van opposanten.
Uitkomst: Het verzet van TBH en opposant 2 wordt gegrond verklaard, het vonnis vernietigd en de vorderingen van geopposeerde afgewezen.