ECLI:NL:OGEAA:2021:62

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 februari 2021
Publicatiedatum
24 februari 2021
Zaaknummer
AUA202002246
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Titel 10 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oproeping gerechtigden tot nalatenschap en aanhouding overige beslissingen

In deze zaak bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba stond de vraag centraal wie gerechtigd zijn tot de nalatenschap van een overledene. In een eerdere tussenbeschikking was onterecht geoordeeld dat een van de verweerders was overleden. De gemachtigde van deze verweerder en de verzoekers stelden dit onjuist te zijn.

Het gerecht heeft deze eerdere overweging herzien en erkend dat de betreffende verweerder niet is overleden. Hierdoor zijn verzoekers niet-ontvankelijk verklaard ten aanzien van deze verweerder. Vervolgens is geoordeeld dat de afstammelingen die in de akte uitlating zijn genoemd, wel gerechtigd zijn tot de nalatenschap en daarom moeten worden opgeroepen om op het verzoekschrift te reageren.

De griffier is opgedragen deze gerechtigden per brief uit te nodigen voor de zitting van 30 maart 2021 om een verweerschrift in te dienen. Alle overige beslissingen in de procedure zijn aangehouden. De beschikking is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 16 februari 2021 door rechter J.J. Verhoeven.

Uitkomst: Oproeping van gerechtigden tot de nalatenschap en aanhouding van overige beslissingen.

Uitspraak

Beschikking van 16 februari 2021
Behorend bij E.J. AUA201902246
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
1.
[verzoeker 1],
te Aruba,
2.
[verzoeker 2],
te Aruba,
3.
[verzoeker 3],
te Aruba,
VERZOEKERS,
hierna gezamenlijk ook te noemen: verzoekers,
gemachtigde: de advocaat mr. S.Z. Kock,
tegen:
1.
[verweerder sub 1],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
niet verschenen,
2.
[verweerder sub 2],
te Aruba,
niet verschenen,
3.
[verweerder sub 3],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
niet verschenen,
4.
[verweerder sub 4],
te Aruba,
niet verschenen,
5.
[verweerder sub 5],
te Aruba,
niet verschenen,
6.
[verweerder sub 6],
te Aruba,
niet verschenen,
7.
[verweerder sub 7],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
niet verschenen,
8.
[verweerder sub 8],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
niet verschenen,
9.
[verweerder sub 9],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
niet verschenen,
10.
[verweerder sub 10],
te Aruba,
procederende in persoon,
VERWEERDERS,
hierna gezamenlijk ook te noemen: verweerders.

1.DE VERDERE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure tot en met 27 oktober 2020 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Het verdere verloop blijkt uit:
- de brief van 29 november 2020 van de gemachtigde van [gedaagde sub 1] (verweerder, sub 1) aan het gerecht;
- de akte uitlating van verzoekers d.d. 12 januari 2021.
1.2
Vervolgens is de datum voor het nemen van een beschikking nader bepaald op heden.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
In de tussenbeschikking heeft het gerecht in rov. 3.8.2 overwogen dat uit de akte van de burgerlijke stand (verzoekschrift, prod. 11) bleek dat [verweerder sub 1] op 15 september 2003 is overleden. De gemachtigde van [verweerder sub 1] heeft, onder overlegging van een verklaring van de huisarts, gemotiveerd gesteld dat deze overweging onjuist is. Ook verzoekers hebben in hun akte uitlating gesteld dat ten onrechte in de tussenbeschikking is geoordeeld dat [gedaagde sub 1] is overleden.
2.2
Het gerecht overweegt dat zijn oordeel in rov. 3.8.2. berust op een onjuiste lezing van de akte van de burgerlijke stand, zodat het gerecht terugkomt op zijn beslissing in de tussenbeschikking dat verzoekers ten aanzien van [verweerder sub 1] niet-ontvankelijk zijn.
2.3
Aangezien de in de akte uitlating onder nummer 4 genoemde afstammelingen gerechtigd zijn tot de nalatenschap van [naam overledene], moeten deze in de procedure worden opgeroepen, zodat deze alsnog kunnen antwoorden op het in het verzoekschrift geformuleerde verzoek. Het gerecht zal daartoe opdracht geven aan de griffier. Nu in de tussenbeschikking is overwogen dat onderhavig verzoek moet worden behandeld en beslist conform de regels in titel 10 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering, kan de oproeping per brief plaatsvinden.
2.4
Alle overige beslissingen zullen worden aangehouden.

3.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
3.1
draagt de griffier van dit gerecht op om de in de akte uitlating d.d. 12 januari 2021 onder nummer 4 genoemde personen (die zijn gerechtigd tot de nalatenschap van [naam overledene]) op te roepen op de zitting van 30 maart 2021, teneinde een verweerschrift in te dienen;
3.2
houdt alle overige beslissingen aan.
Deze beschikking is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 16 februari 2021 in aanwezigheid van de griffier.