Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE FEITEN
RECHT VAN GEBRUIK EN BEWONING
Heden, de drieentwintigste (23ste) mei 2018, heb ik, deurwaarder, mij begeven naar het adres [adres]. Daar aangekomen heb ik achter het huis in een appartement gevraagd of mw. [gedaagde] daar woont. Mw. [gedaagde] is toen naar buiten gekomen en heeft mij te woord gestaan. Ik heb mw. [gedaagde] gevraagd of zij daar woont waarop mw. [gedaagde] mij bevestigend heeft geantwoord.