Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Appellant],
DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Standpunten van partijen
[naam bedrijf] B].
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Appellant, van Venezolaanse nationaliteit, verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf om bij een specifieke werkgever werkzaam te zijn. Deze aanvraag werd op 13 september 2019 afgewezen omdat uit ambtsberichten bleek dat appellant niet meer voldeed aan de voorwaarden, met name omdat hij bij twee werkgevers stond ingeschreven, wat in strijd was met de eerdere vergunning.
Appellant diende op 27 mei 2020 een verzoek in tot herziening van de afwijzing, dat door verweerder als een bezwaarschrift werd aangemerkt en niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. Appellant stelde dat het verzoek een nieuw feit betrof en dat hij gaten in zijn verblijf wilde voorkomen.
Het gerecht overweegt dat appellant al vóór de afwijzing niet meer bij de werkgever werkzaam was waarvoor de vergunning was aangevraagd en dat hij inmiddels een nieuwe vergunning voor een andere werkgever heeft aangevraagd. Hierdoor ontbreekt het appellant aan belang bij vernietiging van de bestreden beschikking. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het gerecht gaat niet in op de vraag of het schrijven van appellant terecht als bezwaarschrift is aangemerkt.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.