ECLI:NL:OGEAA:2021:637
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging
Verzoeker, een Venezolaanse staatsburger, diende op 1 september 2021 een asielaanvraag in na clandestiene aanlanding in Aruba. Zijn aanvraag werd op 15 september 2021 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de afwijzing te schorsen.
Verzoeker stelde dat hij vanwege zijn politieke overtuiging en lidmaatschap van de partij Primero Justicia gevaar loopt op vervolging en mishandeling in Venezuela. Hij verwees naar eerdere mishandelingen door de Guardia Nacional en het verlies van eigendommen. Verweerder betwistte dit en stelde dat verzoeker geen gegronde vrees voor vervolging of onmenselijke behandeling had aangetoond.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk een gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. De incidenten betroffen individuele delicten door overheidsfunctionarissen en niet vervolgingsdaden vanwege politieke overtuiging. Ook is geen reëel risico op foltering of onmenselijke behandeling in de zin van artikel 3 EVRM Pro vastgesteld.
Daarom zal de bestreden beschikking naar verwachting in bezwaar in stand blijven en is geen grond voor een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van gegronde vrees voor vervolging of onmenselijke behandeling.