ECLI:NL:OGEAA:2021:647

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
8 november 2021
Publicatiedatum
17 januari 2022
Zaaknummer
AUA202100947
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 53 LarArt. 51 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot oplegging dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar asielaanvraag

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn asielverzoek door de minister van Justitie. Nadat de minister niet binnen de gestelde termijn op het bezwaar had beslist, stelde verzoeker beroep in tegen deze fictieve beslissing. Het gerecht vernietigde deze fictieve beslissing en bepaalde dat de minister binnen drie maanden een reële beslissing moest nemen.

Nadat de minister ook na deze uitspraak niet had beslist, diende verzoeker een verzoek in op grond van artikel 53 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) om een dwangsom op te leggen. Het gerecht stelde vast dat de minister geen beslissing had genomen en besloot de minister te verplichten alsnog binnen drie maanden te beslissen.

Daarnaast legde het gerecht een dwangsom op van 500 Antilliaanse gulden per dag bij niet-naleving, met een maximum van 25.000 gulden. De minister werd tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van 175 gulden aan verzoeker. De uitspraak is definitief en werd gedaan in afwezigheid van partijen.

Uitkomst: De minister van Justitie wordt verplicht binnen drie maanden te beslissen op het bezwaar, met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

Uitspraak van 8 november 2021
Lar nr. AUA202100947

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het verzoek ex artikel 53 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[appellant],

verblijvend in Aruba,
VERZOEKER,
gemachtigde: drs. M.L. Hassell,
gericht tegen:

de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,

zetelend in Aruba,
VERWEERDER.

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 20 maart 2020 heeft verweerder het asielverzoek van verzoeker afgewezen.
Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Tegen het uitblijven van een beslissing op dit bezwaar (de bestreden fictieve beslissing op bezwaar) heeft verzoeker beroep ingesteld.
Bij uitspraak van dit gerecht van 23 november 2020 (Lar nr. AUA202001982) heeft het gerecht de bestreden fictieve beslissing op bezwaar vernietigd, en bepaald dat verweerder binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van die uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker.
Op 19 januari 2021 heeft verzoeker onderhavig verzoek op grond van artikel 53 van Pro de Lar bij het gerecht ingediend.
Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 september 2021. Partijen zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1.1
Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak. Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen.
1.2
Het verzoek strekt ertoe om verweerder door middel van het opleggen van een dwangsom overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van de Lar te verplichten gevolg te geven aan de uitspraak van 23 november 2020.
1.3
Het gerecht overweegt dat bij het sluiten van het onderzoek niet is gebleken dat verweerder op het bezwaar van verzoeker heeft beslist. Aangenomen dient dan ook te worden dat verweerder geen gevolg heeft gegeven aan voormelde uitspraak. Het gerecht ziet hierin aanleiding om verweerder op te dragen om alsnog een beslissing op het bezwaar van verzoeker te nemen binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze uitspraak, thans onder het opleggen van een dwangsom.
1.4
Nu verzoeker met recht onderhavig verzoek heeft gedaan en hierdoor noodzakelijke kosten heeft gemaakt door met een gemachtigde op te treden, zal verweerder in de kosten van dit geding worden veroordeeld, die begroot worden op een bedrag van Afl. 175,-.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak alsnog een beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker;
- bepaalt dat verweerder een dwangsom aan verzoeker verbeurt van Afl. 500,- voor elke dag dat hij in gebreke blijft om na bovengenoemde termijn van drie maanden een beslissing op bezwaar te nemen, met een maximum van Afl. 25.000;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de door verzoeker voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 175,-.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 november 2021 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.