ECLI:NL:OGEAA:2021:654
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid gerecht inzake beroep tegen vergunningvoorwaarden strandgebruik
De coöperatieve vereniging Aruba Beach Club stelde beroep in tegen door de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie opgelegde vergunningvoorwaarden voor het gebruik van stranden met strandstoelen. Het gerecht onderzocht of deze vergunningvoorwaarden als een beschikking in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) konden worden aangemerkt en of beroep mogelijk was.
Het gerecht oordeelde dat de vergunningvoorwaarden niet zijn gegeven in heroverweging van een beschikking waarop bezwaar mogelijk was, zodat er geen sprake is van een op bezwaar genomen beschikking. Hierdoor staat er geen beroep open tegen deze voorwaarden en is het gerecht onbevoegd om kennis te nemen van het ingestelde beroep.
Het beroepschrift wordt doorgezonden naar de verweerder om als bezwaarschrift te worden behandeld. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.E.B. de Haseth op 18 oktober 2021. Beide partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Gerecht verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen vergunningvoorwaarden en wijst het beroep door als bezwaarschrift.