ECLI:NL:OGEAA:2021:666
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel wegens illegaal verblijf
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, is op 30 juli 2017 Aruba binnengekomen als toerist met een verblijfsduur van twee dagen. Na het verlopen daarvan verbleef hij zonder geldige verblijfstitel op Aruba. Hij diende op 5 maart 2020 een aanvraag in voor een vergunning tot tijdelijk verblijf als huishoudelijk personeel, welke op 6 oktober 2020 werd afgewezen vanwege illegaal verblijf sinds 13 juli 2017.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing en vroeg om dispensatie van het uitlandigheidsvereiste. Op 20 oktober 2021 werd een bevelschrift tot uitzetting uitgevaardigd met een periode van niet-toelating van 48 maanden. Tevens werd hij in bewaring gesteld, wat door de rechter-commissaris werd bevestigd.
Verzoeker verzocht om schorsing van het uitzettingsbevel op grond van het lopende bezwaar en het beleid dat vreemdelingen met een garantsteller de beslissing op hun aanvraag mogen afwachten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het illegale verblijf een geldige grond voor uitzetting vormt en dat het bezwaar tegen de afwijzing geen reden is om de uitzetting te schorsen, mede omdat niet duidelijk is dat de vergunning alsnog zal worden verleend. Ook het beroep op artikel 3 EVRM Pro faalde omdat verzoeker geen politiek asielverzoek had ingediend.
Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbevel wordt afgewezen.