ECLI:NL:OGEAA:2021:672
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing tijdelijke verblijfsvergunning vanwege belastingschuld werkgever
Verzoekster, van Colombiaanse nationaliteit, vroeg op 13 augustus 2021 een tijdelijke verblijfsvergunning aan om als general manager/investeerder bij een werkgever in Aruba te werken. De minister van Justitie, Veiligheid en Integratie wees dit verzoek op 21 oktober 2021 af vanwege een negatief advies van het Departamento di Impuesto (DIMP) over belastingschulden van de werkgever.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) om een voorlopige voorziening zodat zij de beslissing op bezwaar in afwachting mag afwachten. De minister stelde dat verzoekster geen spoedeisend belang had en dat de weigering terecht was vanwege het negatieve DIMP-advies.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster wel degelijk een spoedeisend belang had omdat haar bedrijfsvoering afhankelijk is van reizen naar het buitenland, wat bij afwijzing onmogelijk zou zijn. Verder ontbrak een kenbare, op het individuele geval toegespitste motivering voor de weigering, aangezien het interne beleid pas na de beschikking in werking trad en niet gepubliceerd was. Hierdoor was er een redelijke kans dat het bezwaar zou slagen.
De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, de afwijzing geschorst en verzoekster mocht de beslissing op bezwaar afwachten. Het betaalde griffierecht werd aan haar terugbetaald. Tegen deze uitspraak was geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De afwijzing van de tijdelijke verblijfsvergunning wordt geschorst en verzoekster mag de beslissing op bezwaar afwachten.