ECLI:NL:OGEAA:2021:677

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
13 december 2021
Publicatiedatum
7 februari 2022
Zaaknummer
AUA202003090
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging fictieve afwijzing verblijfsvergunning en verplichting tot reële beslissing

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tijdelijke verblijfsvergunning met als doel arbeid in loondienst. Verweerder had de aanvraag aanvankelijk op 18 juni 2020 afgewezen en heeft nog geen beslissing op het bezwaar genomen.

Het gerecht oordeelt dat het beroep ontvankelijk is en dat de fictieve afwijzing, die gelijkstaat aan een afwijzende beslissing zonder motivering, niet in stand kan blijven. Verweerder is verplicht binnen drie maanden een reële beslissing te nemen op het bezwaar van appellante.

Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de door appellante gemaakte proceskosten voor rechtskundige bijstand en wordt het griffierecht aan appellante terugbetaald. Beide partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de fictieve afwijzing vernietigd en verweerder verplicht binnen drie maanden een reële beslissing te nemen.

Uitspraak

Uitspraak van 13 december 2021
Lar nr. AUA202003090

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Appellante],

wonend in Aruba,
APPELLANTE,
gemachtigde: de advocaat mr. D.C. Lopez Paz,
gericht tegen:

DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,

zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 18 juni 2020 heeft verweerder de aanvraag van appellante ter verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel arbeid in loondienst, afgewezen.
Daartegen heeft appellante op 13 juli 2020 bezwaar gemaakt.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 30 november 2020 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Verweerder heeft op 12 april 2021 een verweerschrift ingediend.
Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 november 2021. Appellante is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. Verweerder is verschenen bij de gemachtigde voornoemd.
De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1.1
Het gerecht overweegt dat appellante tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar van 3 juni 2020. Het beroep is dan ook ontvankelijk.
1.2
Appellante betoogt dat verweerder nog geen beslissing op het bezwaar heeft genomen en dat de aldus ontstane ongemotiveerde fictieve weigering niet in stand kan blijven. Ter zitting heeft verweerder te kennen gegeven dat hij nog geen beschikking op het bezwaar heeft gegeven en voornemens is de beschikking van 18 juni 2020 te herzien.
1.3
Het gerecht stelt vast dat ten tijde van het sluiten van het onderzoek nog geen reële beslissing op het bezwaar van appellante van 13 juli 2020 is genomen. Verweerder is daartoe wel verplicht. Ingevolge artikel 23, tweede lid, Lar wordt het uitblijven van een beslissing gelijkgesteld met een afwijzende beslissing. Nu deze afwijzende beslissing niet is gemotiveerd, kan deze niet in stand blijven.
1.4
Nu appellante met recht in beroep is gekomen en zich bij gemachtigde heeft laten vertegenwoordigen, is aannemelijk geworden dat appellante hiertoe noodzakelijke kosten heeft gemaakt. Verweerder zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, begroot op een bedrag van Afl. 350,- aan gemachtigdensalaris.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de bestreden fictieve afwijzende beslissing op het bezwaar van appellante;
bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellante;
veroordeelt verweerder tot betaling van de door appellante voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 350,-;
gelast dat het door appellante gestorte griffierecht van Afl. 25,- aan haar wordt terugbetaald.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 13 december 2021, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.