Uitspraak
DE PROCEDURE
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Eiseres woonde sinds juni 2019 in een appartement van gedaagde en investeerde circa Afl. 4.000,- in de bouw. Gedaagde erkende deze schuld in een brief, maar hield deze in mindering op de huurachterstand die hij vorderde. Eiseres stelde geen huurovereenkomst te hebben, maar haar gedrag en verklaringen aan politie en Huurcommissie wezen op het bestaan daarvan.
De Huurcommissie stelde de maximale huurprijs vast op Afl. 205,- per maand en verleende toestemming tot opzegging wegens huurachterstand en verstoorde relatie. Eiseres verliet het appartement in december 2020. De rechtbank oordeelde dat het vergoedingsrecht van eiseres aannemelijk is en dat gedaagde de schuld erkende.
De verrekening met de huurachterstand werd deels gehonoreerd, waarbij de huur werd begroot op 19 maanden tegen Afl. 205,- per maand. Hierdoor resteerde een betalingsverplichting van Afl. 105,- plus wettelijke rente aan eiseres. De gevorderde incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde moet Afl. 105,- plus wettelijke rente betalen aan eiseres, met afwijzing van overige vorderingen.