ECLI:NL:OGEAA:2022:22

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
9 februari 2022
Publicatiedatum
21 februari 2022
Zaaknummer
AUA202101239
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van openstaande schuld en rente afgewezen voor incassokosten

Island Finance Aruba N.V. (IFA) vordert betaling van een openstaande schuld van Afl. 6.616,82 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 februari 2016, een overeengekomen boeterente van 5% en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 750,--. De gedaagde voert verweer en verzoekt afwijzing van de vordering.

Na een comparitie van partijen op 6 december 2021 en nadere producties heeft het Gerecht vastgesteld dat de hoofdsom en de rente verschuldigd zijn. De vordering voor incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing met verificatoire stukken. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en boeterente, alsmede de proceskosten aan de zijde van IFA.

Het vonnis is uitgesproken op 9 februari 2022 door rechter A.H.M. van de Leur en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee wordt het verzoek van IFA voor incassokosten afgewezen, maar de hoofdsom en rente worden toegewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van hoofdsom, wettelijke rente en boeterente, incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

Vonnis van 9 februari 2022
Behorend bij A.R. nr. AUA202101239
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
ISLAND FINANCE ARUBA N.V.,
gevestigd in Aruba,
eiseres,
hierna ook te noemen: IFA,
gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,
tegen:
[naam gedaagde],
wonende in Aruba, te [adres gedaagde],
gedaagde,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure tot 10 november 2021 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 6 december 2021. IFA is ter zitting verschenen bij mr. A.E. Barrios, die occupeerde voor haar gemachtigde. [gedaagde] is in persoon ter zitting verschenen. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, IFA mede aan de hand van toegelaten nadere producties, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
1.2
Vonnis is nader bepaald op heden.

2.HET GESCHIL

2.1
IFA vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt:
a. om aan IFA te betalen Afl. 6.616,82, te vermeerderen met wettelijke rente per jaar vanaf 29 februari 2016 tot de dag der algehele voldoening, waarbij na iedere betaling na 29 februari 2016 slechts nog rente verschuldigd is over de dan resterende hoofdsom, te vermeerderen met de overeengekomen boeterente van 5% over elke niet betaalde termijn dan wel over het niet betaalde deel daarvan indien een vervallen termijn of een gedeelte daarvan niet wordt betaald binnen 15 dagen na de vervaldatum van die afzonderlijke termijn, en voorts te vermeerderen met Afl. 750,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;
b. in de proceskosten, waaronder begrepen die van het beslag.
2.2 [
gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door IFA verzochte en tot veroordeling van IFA in de proceskosten.
2.3
Voor zover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3.DE VERDERE BEOORDELING

3.1
Het Gerecht volhardt bij zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.
3.2
Uit rechtsoverweging 2.6 en 2.7 van het tussenvonnis volgt dat vaststaat dat [gedaagde] het in hoofdsom door IFA gevorderde bedrag ad Afl. 6.616,82 opeisbaar verschuldigd is aan IFA en dat die vordering zal worden toegewezen. De nevenvorderingen van IFA ter zake van wettelijke rente en overeengekomen boete zullen eveneens worden toegewezen, nu het Gerecht geen grond ziet voor afwijzing daarvan.
3.3
De vordering van IFA ter zake van vergoeding voor kosten van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zal worden afgewezen. IFA heeft die vordering en de daaraan ten gronde gelegde stellingen onvoldoende met verificatoire stukken onderbouwd. De enkele door IFA bij het verzoekschrift overgelegde aan [gedaagde] gerichte aanmaning van 6 april 2021 heeft te gelden als een verrichting ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, waarvoor artikel 63a Rv een voorziening geeft.
3.4 [
gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van
deze procedure gevallen aan de zijde van IFA (waaronder begrepen die van het ten laste van [gedaagde] op 23 april 2021 gelegde conservatoire derdenbeslag), tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 450,- aan griffierechten, (197,44 + 258,73 + 197,44 + 192,14 =) Afl. 845,75 aan explootkosten en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten, tarief 3 ad Afl. 500,- per punt).

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
-veroordeelt [gedaagde] om aan IFA te betalen Afl. 6.616,82, te vermeerderen met wettelijke rente per jaar vanaf 29 februari 2016 tot de dag der algehele voldoening, waarbij na iedere betaling na 29 februari 2016 slechts nog rente verschuldigd is over de dan resterende hoofdsom, te vermeerderen met de overeengekomen boeterente van 5% over elke niet betaalde termijn dan wel over het niet betaalde deel daarvan indien een vervallen termijn of een gedeelte daarvan niet wordt betaald binnen 15 dagen na de vervaldatum van die afzonderlijke termijn;
-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van IFA, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.795,75;
-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
-wijst af het meer of anders door IFA verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 februari 2022 in aanwezigheid van de griffier.
Datum uitspraak: 9 februari 2022
Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Zaaknummer: A.R. nr. AUA202101239
Inhoudsindicatie: Civiel. Schuldvordering.
Formele relaties (optioneel):
Rechtsgebieden: Civiel
Rechter: mr. A.H.M. van de Leur.
Bijzondere kenmerken: