ECLI:NL:OGEAA:2022:239

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 april 2022
Publicatiedatum
2 augustus 2022
Zaaknummer
AUA202101288
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 lid 2 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over teruggave griffierechten na verlening verblijfsvergunning

Appellante had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar verzoek om een verblijfsvergunning door de Minister van Arbeid, Energie en Integratie. Na het instellen van beroep bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba verleende de verweerder alsnog op 21 oktober 2021 de verblijfsvergunning aan appellante.

Het Gerecht overweegt dat nu de bestreden beslissing ten voordele van appellante is ingetrokken of gewijzigd, op grond van artikel 30, lid 2 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) aanleiding bestaat om het betaalde griffierecht terug te geven.

Daarom wordt de teruggave van het griffierecht van Afl. 25,- gelast. De uitspraak is gedaan door rechter N.K. Engelbrecht tijdens een openbare terechtzitting op 11 april 2022. Beide partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Teruggave van het betaalde griffierecht van Afl. 25,- aan appellante wordt gelast.

Uitspraak

Uitspraak van 11 april 2022
Lar nr. AUA202101288

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Appellante],

verblijvend in Aruba,
APPELLANTE,
gemachtigde: drs. M.L. Hassell,
gericht tegen:

DE MINISTER VAN ARBEID, ENERGIE EN INTEGRATIE,

zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
niet verschenen.

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 21 januari 2020 heeft verweerder het verzoek van appellante om een verblijfsvergunning, afgewezen.
Hiertegen heeft appellante bezwaar gemaakt.
Bij beslissing op bezwaar van 9 april 2021 (hierna: de bestreden beslissing) heeft verweerder voornoemd bezwaar, ongegrond verklaard.
Daartegen heeft appellante op 17 mei 2021 beroep ingesteld bij dit gerecht.
De verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
Partijen zijn vervolgens opgeroepen voor de behandeling ter zitting op 21 maart 2022.
Bij emailbericht van 20 maart 2022 heeft de gemachtigde van appellante het gerecht bericht, dat verweerder op 21 oktober 2021 aan appellante een verblijfsvergunning heeft verleend. Tevens verzoekt hij teruggave van het betaalde griffierecht.

OVERWEGINGEN

1. In dit geval is gebleken dat verweerder op 21 oktober 2021 aan appellante een vergunning tot tijdelijk verblijf heeft verleend.
1.2
Het gerecht overweegt dat nu verweerder de bestreden beslissing ten voordele van appellante heeft ingetrokken dan wel gewijzigd, op de voet van artikel 30, lid 2 van de Lar, aanleiding bestaat voor teruggave van het griffierecht, zoals door appellante verzocht.
1.3
Beslist wordt dan ook als volgt.

DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- gelast de teruggave van het door appellante gestorte griffierecht van Afl. 25,-.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2022 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hoger beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hoger beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hoger beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.