Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Verzoeker],
DE MINISTER VAN JUSTITIE EN SOCIALE ZAKEN,
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid
e standpunten van partijen
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit en sinds 1995 woonachtig in Aruba, verblijft sinds 11 september 2017 zonder geldige verblijfstitel. Na een veroordeling tot negen maanden gevangenisstraf wegens zware mishandeling is op 11 maart 2022 een uitzettingsbevel uitgevaardigd met een terugkeerverbod van 96 maanden. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om schorsing van het bevel vanwege zijn langdurige verblijf en familiebanden in Aruba.
Het Gerecht constateerde dat het verzoek ontvankelijk was en behandelde de zaak op 4 mei 2022. Verweerder stelde dat geen sprake is van family life omdat verzoeker niet samenwoont met zijn minderjarige zoon en diens moeder, en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is. Verzoeker betoogde dat hij zijn paspoort niet kon vernieuwen vanwege detentie en dat hij een aanvraag tot tijdelijk verblijf had ingediend.
Het Gerecht oordeelde dat verweerder bevoegd was tot uitzetting op grond van het ontbreken van een geldige verblijfstitel en de strafrechtelijke veroordeling. Het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat verzoeker geen lopende vergunningaanvraag had op het moment van het bevel en het niet vaststaat dat de vergunning zal worden toegekend. Ook het recht op family life rechtvaardigt niet dat hij in Aruba moet blijven. De onmiddellijke uitvoering van het uitzettingsbevel brengt geen onevenredig nadeel mee.
Daarom wees het Gerecht het verzoek tot schorsing af en veroordeelde verzoeker niet tot proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen wegens onvoldoende concreet zicht op legalisering en het ontbreken van onevenredig nadeel.