ECLI:NL:OGEAA:2022:261
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel wegens strijd met openbare orde
Verzoeker, van Venezolaanse en Colombiaanse nationaliteit, werd in 2016 Aruba binnengebracht en verbleef aanvankelijk zonder geldige verblijfstitel. Na uitzetting in 2019 met een terugkeerverbod, werd dit verbod opgeheven in 2020 waarna verzoeker opnieuw Aruba betrad. Hij werd in 2021 in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van een misdrijf en later veroordeeld.
Verzoeker diende een aanvraag in voor een vergunning tot tijdelijk verblijf in het kader van gezinshereniging, welke door de minister werd afgewezen wegens strijd met de openbare orde en het algemeen belang. Verzoeker stelde dat hij geen gevaar vormde en dat de weigering in strijd was met het ne bis in idem-beginsel en artikel 8 EVRM Pro.
Het gerecht oordeelde dat verzoeker relevante informatie had achtergehouden over zijn strafrechtelijke vervolging, wat relevant is voor de beoordeling van de openbare orde. Het ne bis in idem-beginsel is niet van toepassing omdat de weigering geen sanctie inhoudt. Ook is geen grond om de vergunning te verlenen op basis van artikel 8 EVRM Pro, omdat gezinsleven in andere landen mogelijk is en verzoeker nooit rechtmatig in Aruba verbleef.
Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen grond voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbevel wordt afgewezen.