ECLI:NL:OGEAA:2022:263
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel met terugkeerverbod
Verzoekster, van Colombiaanse nationaliteit en sinds 2002 op Aruba verblijvend, is veroordeeld tot een gevangenisstraf en vervolgens bevolen uitgezet te worden met een terugkeerverbod van 96 maanden. Zij maakte bezwaar tegen het uitzettingsbevel en verzocht om schorsing van de uitvoering.
Het gerecht overwoog dat verzoekster sinds december 2020 zonder geldige verblijfsvergunning verbleef en dat de minister op grond van de Landsverordening toelating en uitzetting bevoegd was haar uit te zetten. Verzoekster voerde aan dat het terugkeerverbod in strijd is met het ne bis in idem-beginsel en artikel 8 EVRM Pro, en dat zij een bijzondere band met Aruba heeft vanwege haar minderjarige dochter.
Het gerecht verwierp deze argumenten. Het terugkeerverbod is een administratieve maatregel en geen straf, en verzoekster had onvoldoende onderbouwd waarom zij haar familieleven niet vanuit Colombia kon uitoefenen. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel en het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.