ECLI:NL:OGEAA:2022:266
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel wegens illegaal verblijf
Verzoekster, een Colombiaanse vrouw die sinds januari 2016 zonder geldige verblijfsvergunning in Aruba verblijft, is bij bevelschrift van 25 mei 2022 uitgezet en kreeg een terugkeerverbod van 84 maanden opgelegd. Zij maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om het uitzettingsbevel te schorsen.
Het gerecht overwoog dat de minister op grond van de Landsverordening toelating en uitzetting bevoegd is tot uitzetting van personen zonder geldige verblijfsvergunning. Verzoekster kon onvoldoende aantonen dat haar aanvraag voor een verblijfsvergunning zou worden ingewilligd of dat het terugkeerverbod in strijd is met haar recht op familieleven volgens artikel 8 EVRM Pro.
Het gerecht concludeerde dat de onmiddellijke uitvoering van het uitzettingsbevel geen onevenredig nadeel oplevert in verhouding tot het te dienen belang. Daarom werd het verzoek tot schorsing en voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen.