ECLI:NL:OGEAA:2022:270
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bevel tot uitzetting uit Aruba
Verzoeker, van Colombiaanse nationaliteit, was gehuwd met een op Aruba geboren Nederlander en had een verblijfsverklaring tot 2012. Sinds 2014 verblijft hij zonder geldige vergunning in Aruba. Na het beëindigen van het huwelijk en vertrek van de echtgenote in 2021, is zijn verblijfsrecht komen te vervallen. Verweerder heeft op 6 mei 2022 een bevel tot uitzetting gegeven, waartegen verzoeker bezwaar maakte en een voorlopige voorziening vroeg.
Verzoeker stelde dat hij zicht heeft op legalisering van zijn verblijfsstatus vanwege zijn aandeel in een Arubaanse onderneming en een lopende aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van een bijzondere band (hardheidsclausule). Het gerecht oordeelde dat de minister bevoegd was tot uitzetting omdat verzoeker niet voldeed aan de vereisten, waaronder het vereiste van 120 maanden rechtmatig verblijf.
Het verzoek tot schorsing van het bevel tot uitzetting werd afgewezen omdat het uitvoeren van het bevel geen onevenredig nadeel oplevert in verhouding tot het belang van onmiddellijke uitvoering. Er is geen grond voor een voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het bevel tot uitzetting wordt afgewezen.