ECLI:NL:OGEAA:2022:277
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopige voorziening voor afgifte visum aan verzoekster
Verzoekster, woonachtig in Venezuela, heeft een visumaanvraag voor Aruba ingediend die door verweerder is afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het verblijfsdoel en onzekerheid over terugkeer. Na bezwaar en uitblijven van een beslissing heeft verzoekster een voorlopige voorziening gevraagd bij het gerecht.
Het gerecht oordeelt dat het bezwaar tijdig is ingediend, ondanks dat het niet volgens de voorgeschreven procedure bij DIMAS werd ingediend, en dat het e-mailbericht als bezwaarschrift moet worden aangemerkt. Verweerder heeft geen nadere motivering gegeven voor de afwijzing.
Verzoekster heeft overtuigend aangetoond dat zij sociaal en economisch gebonden is aan Venezuela, onder meer door een minderjarig kind, een eigen woning en een vaste baan. Tevens heeft zij Aruba meerdere malen bezocht en steeds binnen de termijn verlaten.
Het gerecht concludeert dat de afwijzing niet standhoudt en schorst de beschikking. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog het visum af te geven. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een visum af te geven.