ECLI:NL:OGEAA:2022:278
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel wegens illegaal verblijf
Verzoekster, van Venezolaanse nationaliteit, kwam in januari 2020 Aruba binnen als toerist en vroeg in juni 2020 asiel aan, welke werd afgewezen met een vertrektermijn van 30 dagen. Zij verliet Aruba niet binnen die termijn en verbleef sindsdien illegaal. In februari 2022 werd zij aangehouden en kreeg zij een uitzettingsbevel opgelegd.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het uitzettingsbevel en vroeg om een voorlopige voorziening om het bevel te schorsen. Zij voerde aan dat zij samen met haar partner en kinderen een leven had opgebouwd in Aruba en dat haar kinderen hier naar school gingen, waardoor artikel 8 EVRM Pro (recht op respect voor privé- en gezinsleven) van toepassing zou zijn.
De rechter oordeelde dat verzoekster zonder geldige verblijfsvergunning verbleef en dat het uitzettingsbevel terecht was opgelegd. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat noch verzoekster noch haar familie een geldige verblijfsvergunning had of een aanvraag tot gezinshereniging had gedaan. Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen.