Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2022:29

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
10 februari 2022
Publicatiedatum
3 maart 2022
Zaaknummer
AUA202001172
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
  • H. Dirksz
  • E.E. de Cuba
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 AWWArt. 6 lid 1 AWWArt. 7 lid 1 AWWArt. 12 lid 1 Landsbesluit bevolkingsregisterArt. 22 lid 1 Landsbesluit bevolkingsregister
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing weduwenpensioen wegens niet-ingezetenschap overleden echtgenoot

Appellante verzocht om een weduwenpensioen op grond van de Landsverordening algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW) na het overlijden van haar echtgenoot, wijlen [F]. De bank wees dit verzoek af omdat wijlen [F] ten tijde van zijn overlijden niet als ingezetene van Aruba kon worden beschouwd.

Wijlen [F] was sinds 1997 legaal in Aruba ingeschreven en getrouwd met appellante. Hij vertrok in januari 2018 naar China voor medische behandeling en schreef zich op 23 oktober 2018 uit het Arubaanse Bevolkingsregister uit. Hij overleed op 20 oktober 2019 in China, waar hij ook was ingeschreven.

Het College concludeerde dat het feit dat wijlen [F] zich uitsluitend voor medische behandeling in China bevond, niet verhinderde dat hij zijn domicilie had verplaatst. Omdat zijn persoonsgegevens sinds oktober 2018 niet meer in het Arubaanse bevolkingsregister werden bijgehouden, was hij geen ingezetene in de zin van de AWW en dus niet verzekerd. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat haar echtgenoot ten tijde van overlijden geen ingezetene van Aruba was.

Uitspraak

Uitspraak van 10 februari 2022
CVB nr. AUA202001172

COLLEGE VAN BEROEP

UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW) van:

[Appellante],

wonende in Aruba,
APPELLANTE,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
tegen de beslissing van 5 februari 2020 van

DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,

zetelend in Aruba,
VERWEERDER, hierna te noemen de bank,
gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.

PROCESVERLOOP

Bij beslissing van 5 februari 2020 (hierna: de bestreden beslissing), door appellante ontvangen op 24 april 2020, heeft de bank het verzoek van appellante om weduwenpensioen, afgewezen.
Tegen deze beslissing heeft appellant op 6 mei 2020 schriftelijk beroep aangetekend.
De bank heeft op 2 september 2020 een verweerschrift ingediend.
Het beroep van appellante is op de bijeenkomst van 25 februari 2021 van dit College behandeld, waarbij zijn verschenen appellante in persoon en bijgestaan door haar voornoemde gemachtigde, en de bank bij voornoemde gemachtigde.
Partijen hebben vervolgens bij akte nadere stukken overgelegd, die door het College zijn verzocht. De bank heeft bij contra-akte van 16 april 2021 gereageerd op de stukken van appellante.

OVERWEGINGEN

De standpunten van partijen

1.1
Appellante kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank om haar geen weduwenpensioen toe te kennen, en heeft zich op het standpunt gesteld, dat de bank ten onrechte heeft geconcludeerd dat wijlen haar echtgenoot, de heer [WF] (hierna: wijlen [F]), ten tijde van zijn overlijden niet als verzekerde in de zin van de AWW kon worden aangemerkt. Ter onderbouwing hiervan heeft zij -samengevat- het volgende aangevoerd.
Wijlen [F] woonde al vanaf het jaar 1997 legaal in Aruba. Appellante en wijlen [F] zijn op 20 december 2010 in Aruba getrouwd en hun drie kinderen zijn hier in Aruba geboren. Appellante en haar echtgenoot exploiteren al jaren een restaurant in Sta. Cruz. Wijlen [F] is in 2017 naar China gereisd omdat hij al enige tijd ziek was en hij de conclusies van de lokale artsen niet vertrouwde. In China is bij hem kanker geconstateerd. In januari 2018 is hij weer naar China gegaan om op eigen kosten medische behandelingen te ondergaan. Hij werd daar in een ziekenhuis opgenomen en overleed op 20 oktober 2019. Appellante en hun kinderen zijn al die tijd in Aruba gebleven. Het centrum van het leven van wijlen [F] was hier in Aruba en als hij niet ziek was geworden, zou hij niet in China zijn geweest noch daar zijn overleden. Zijn woonplaats ten tijde van zijn overlijden was niet China. Appellante heeft tenslotte gesteld dat zij en haar kinderen hier wonen en daarom aanspraak moeten kunnen maken op de financiële steun die de wetgever aan weduwen en wezen die ingezetenen zijn biedt.
1.2
Aan de bestreden beslissing heeft de bank ten grondslag gelegd, dat wijlen [F] ten tijde van zijn overlijden geen verzekerde was in de zin van de AWW. Ter onderbouwing daarvan heeft de bank aangevoerd, dat uit het bevolkingsregister blijkt dat wijlen [F] zich op 23 oktober 2018 heeft uitgeschreven en uit Aruba is vertrokken, en dat uit de overlijdensakte van 20 oktober 2019 blijkt dat hij toentertijd ingezetene van China was. Na zijn vertrek is hij niet meer in Aruba geweest. Wijlen [F] kon vanaf 23 oktober 2018, nadat hij zich had uitgeschreven, dan ook niet langer als ingezetene worden beschouwd. De door appellante overgelegde stukken kunnen niet tot een ander oordeel leiden, aldus de bank.
Het geschil
2. In geschil is de vraag of de bank terecht heeft geconcludeerd dat wijlen [F] niet verzekerd was ten tijde van zijn overlijden.
Bij de beoordeling hiervan neemt het college het volgende in aanmerking.
Het wettelijk kader
3.1
Artikel 1 van Pro de AWW bepaalt dat ingevolge deze landsverordening onder
ingezetenewordt verstaan degene wiens persoonsgegevens in het bevolkingsregister van Aruba worden bijgehouden.
3.2
Ingevolge artikel 12, lid 1 in samenhang met artikelen 22, lid 1 en 31 lid 1 van het Landsbesluit bevolkingsregister, geeft het bevolkingsregister de staat der bevolking te kennen en worden in het bevolkingsregister bijgehouden, de gegevens van de personen die hun werkelijke verblijfplaats in Aruba behouden.
3.3
Ingevolge artikel 6, lid 1 van de AWW, is overeenkomstig deze landsverordening verzekerd, de ingezetene die de leeftijd van vijftien jaar heeft bereikt.
3.4
Ingevolge artikel 7, lid 1 van de AWW heeft de weduwe van een verzekerde, zolang deze de pensioengerechtigde leeftijd niet bereikt heeft, recht op een weduwenpensioen overeenkomstig de bepalingen van deze landsverordening.
De feiten
4.1
Wijlen [F] is op [geboortedatum] in Enping City, China, geboren en stond vanaf 8 april 1998 in het Bevolkingsregister alhier ingeschreven. Op 20 december 2010 is hij met appellante in het huwelijk getreden. Uit dit huwelijk zijn drie thans nog minderjarige kinderen in Aruba geboren.
4.2
Wijlen [F] heeft zich op 23 oktober 2018 uit het Bevolkingsregister alhier uitgeschreven. Zijn feitelijke vertrekdatum uit Aruba was 16 januari 2018.
4.3
Wijlen [F] is op 20 oktober 2019 in Enping City, China overleden. Uit de
“Medical Certificate (Inference) of Resident’s death”blijkt dat wijlen [F] thuis is overleden in Liankai Village, Hengmei Villagers’ Committee, Niujiang Town.
De beoordeling
5.1
Het College stelt vast dat wijlen [F] op 16 januari 2018 naar China is vertrokken, dat hij zich op 23 oktober 2018 uit het Bevolkingsregister alhier heeft uitgeschreven en zich toen kennelijk in China heeft ingeschreven, en dat hij op 20 oktober 2019 in China is overleden.
Nu wijlen [F] ten tijde van zijn overlijden niet in het Bevolkingsregister alhier was geregistreerd, was hij geen ingezetene in de zin van de AWW: zijn persoonsgegevens werden immers sinds 23 oktober 2018 niet meer in het Bevolkingsregister bijgehouden. Dat hij zich uitsluitend voor medische behandeling in China bevond, maakt dit niet anders, te meer nu hij er kennelijk voor heeft gekozen zijn domicilie te verplaatsen van Aruba naar China.
5.2
Gezien het vorenstaande is het College van oordeel dat de bank op goede gronden heeft geoordeeld dat wijlen [F] ten tijde van zijn overlijden niet meer als ingezetene van Aruba kon worden beschouwd, zodat hij niet als verzekerde in de zin van de AWW kan worden aangemerkt. Appellante komt dan ook niet in aanmerking voor een weduwenpensioen.
5.3
Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het beroep ongegrond is.

BESLISSING

Het college
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven op 10 februari 2022 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, H. Dirksz, en E.E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.