ECLI:NL:OGEAA:2022:309
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding en vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant heeft op 14 januari 2020 een verzoek tot openbaarmaking ingediend bij de minister van Arbeid, Energie en Integratie. Na het uitblijven van een beschikking maakte appellant op 6 maart 2020 bezwaar. De minister nam op 24 januari 2021 een beslissing, waartegen appellant op 6 april 2021 bezwaar maakte. Omdat de minister niet tijdig op dit bezwaar besliste, stelde appellant op 17 augustus 2021 beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Tijdens de procedure stelde het Gerecht vast dat het bezwaar van 6 april 2021 als een beroepschrift moest worden aangemerkt. De beroepstermijn liep van 25 januari 2021 tot 7 maart 2021. Omdat appellant het beroep pas op 17 augustus 2021 instelde, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Appellant ontving de beschikking op bezwaar wel tijdig, waardoor geen reden bestond om de termijn te verlengen.
Daarnaast vorderde appellant een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Gerecht oordeelde dat de behandeling van het bezwaar en beroep ongeveer tweeënhalf jaar duurde, wat een overschrijding van zes maanden opleverde. Dit was geheel toe te rekenen aan de verweerder, die niet tijdig besliste en het beroep niet doorzond. Daarom werd de verweerder veroordeeld tot betaling van Afl. 500,- aan appellant.
Het Gerecht besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, de schadevergoeding toe te kennen en het door appellant betaalde griffierecht van Afl. 25,- terug te betalen. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E.B. de Haseth op 14 september 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en de verweerder wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 500,- immateriële schadevergoeding.