ECLI:NL:OGEAA:2022:313
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing van inbewaringstelling wegens gebrek aan medewerking aan uitzetting
Verzoeker is op 6 juni 2022 in bewaring gesteld door de minister van Justitie en Sociale Zaken en deze vrijheidsontneming is op 8 juni 2022 door de rechter-commissaris als rechtmatig beoordeeld. Na drie maanden in bewaring te zijn, verzoekt verzoeker om opheffing van deze maatregel op grond van de lange duur en het ontbreken van zicht op uitzetting.
De minister stelt dat er voortvarend is gewerkt aan de uitzetting, maar dat verzoeker niet meewerkt, onder meer door het niet beschikbaar stellen van zijn paspoort. Verzoeker heeft pas na inbewaringstelling zijn zuster gevraagd zijn paspoort mee te nemen naar Nederland, wat de uitzetting vertraagt.
De rechter-commissaris oordeelt dat de rechtmatigheid van de oorspronkelijke inbewaringstelling niet ter discussie staat en dat de voortzetting van de bewaring gerechtvaardigd is vanwege het gebrek aan medewerking van verzoeker. De aanvraag voor een verblijfsvergunning kan geen reden zijn om de bewaring op te heffen.
Daarom wordt het verzoek tot opheffing van de inbewaringstelling afgewezen. Tegen deze beschikking is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de inbewaringstelling wordt afgewezen vanwege het gebrek aan medewerking van verzoeker aan zijn uitzetting.