ECLI:NL:OGEAA:2022:322

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
15 september 2022
Publicatiedatum
27 september 2022
Zaaknummer
AUA202103735
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling en proceskosten afgewezen voor buitengerechtelijke incassokosten

Marvir Construction N.V. vordert betaling van een bedrag van Afl. 31.224,93 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 december 2019 en een vergoeding van Afl. 1.500 voor buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde voert verweer tegen deze vorderingen.

Tijdens de comparitie van partijen op 22 maart 2022 zijn de standpunten toegelicht en is het geschil besproken. Het Gerecht verwijst naar het tussenvonnis van 23 februari 2022 en bevestigt de toewijzing van de hoofdsom en de wettelijke rente, aangezien deze niet betwist zijn door gedaagde.

De vordering voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat Marvir niet heeft aangetoond dat zij meer werkzaamheden heeft verricht dan de voorbereiding van de processtukken, hetgeen volgens artikel 63a Rv alleen tot proceskosten leidt. De enkele aanmaningsbrief valt binnen de proceskostenregeling.

Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, inclusief de kosten van het conservatoire derdenbeslag, begroot op Afl. 5.785,50. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde door Marvir wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en wettelijke rente, incassokosten worden afgewezen, en gedaagde wordt veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

Vonnis van 15 juni 2022
Behorend bij A.R. nr. AUA202103735
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
MARVIR CONSTRUCTION N.V.,
gevestigd in Aruba,
eiseres,
hierna ook te noemen: Marvir,
gemachtigde: mr. S.A. Kock,
tegen:
[naam gedaagde],
wonende in Aruba, te [adres gedaagde]
gedaagde,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure tot 23 februari 2022 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op dinsdag 22 maart 2022. Marvir is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, samen met de heer [naam directeur] (directeur van Marvir). [gedaagde] is in persoon ter zitting verschenen. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
1.2
Vonnis is nader bepaald op heden.

2.HET GESCHIL

2.1
Marvir vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] veroordeelt:
-om tegen behoorlijke kwijting aan Marvir te betalen Afl. 31.224,93, te vermeerderen met (1) wettelijke rente gerekend vanaf 26 december 2019 en (2) met Afl. 1.500,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;
-in de proceskosten, waaronder begrepen die van het beslag.
2.2 [
gedaagde] heeft verweer gevoerd.
2.3
Voorzover nodig voor de uitspraak zullen de stellingen van partijen hierna worden besproken.

3.DE VERDERE BEOORDELING

3.1
Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.
3.2
Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis zal het door Marvir in hoofdsom gevorderde bedrag worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor de over die som door Marvir gevorderde wettelijke rente en de ingangsdatum daarvan, nu [gedaagde] die nevenvordering niet heeft betwist.
3.3
De vordering van Marvir ter zake van vergoeding van kosten van verkrijging van voldoening buiten rechte zal worden afgewezen omdat niet uit verificatoire stukken is gebleken dat Marvir dienaangaande meer werkzaamheden heeft verricht dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, waarvoor krachtens artikel 63a Rv alleen de regels ter zake van proceskosten van toepassing zijn. De enkele door Marvir overgelegde aan [gedaagde] gerichte aanmaningbrief valt zonder meer binnen het bereik van die wettelijke bepaling.
3.4 [
gedaagde] zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen die van het bij partijen genoegzaam bekende door Marvir op 3 december 2021 ten laste van [gedaagde] gelegde conservatoire derdenbeslag. Tot aan deze uitspraak worden die kosten begroot op (750,-- + 215,-- + 197,-- + 267,50 + 202,-- +197,-- + 207,-- =) Afl. 2.035,50 aan verschotten (griffiegeld en explootkosten) en Afl. 3.750,-- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten, tarief 5, ad Afl. 1.250,-- per punt).

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
-veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijke kwijting aan Marvir te betalen Afl. 31.224,93, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 26 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Marvir, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 5.785,50.
-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
-wijst af het meer of anders door Marvir verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 15 juni 2022 in aanwezigheid van de griffier.