ECLI:NL:OGEAA:2022:342
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bevel tot uitzetting wegens illegaal verblijf
Verzoekster, een Colombiaanse nationaliteit, kwam als toerist Aruba binnen met een toegestane verblijfsduur van 30 dagen. Na het verstrijken van deze periode verbleef zij zonder geldige verblijfsvergunning op Aruba. Op 29 juli 2022 werd zij staande gehouden en werd een bevel tot uitzetting en inbewaringstelling uitgevaardigd.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het bevel en vroeg het Gerecht in Eerste Aanleg om schorsing van het bevel tot uitzetting totdat op het bezwaar zou zijn beslist. Zij voerde aan dat er zicht was op legalisering van haar verblijf door een ingediende aanvraag voor een tijdelijke verblijfsvergunning als investeerder en dat nieuw beleid van de minister van Integratie het uitlandigheidsvereiste niet langer zou toepassen.
Het Gerecht oordeelde dat het nieuwe beleid niet betekent dat de minister van Justitie en Sociale Zaken niet bevoegd is tot uitzetting. De aanvraag van verzoekster bood geen garantie op verlening van een verblijfsvergunning, mede omdat verzoekster op het moment van controle werkte in strijd met het doel van haar aanvraag. Daarom was er geen reden om het bevel tot uitzetting te schorsen.
Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het bevel tot uitzetting wordt afgewezen en het bevel blijft van kracht.