ECLI:NL:OGEAA:2022:344
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel en inbewaringstelling
Verzoeker, van Colombiaanse nationaliteit, was sinds zijn jeugd in Aruba woonachtig en verbleef lange tijd rechtsgeldig. Na eerdere uitzetting in 2016 en een terugkeerverbod van 60 maanden keerde hij in 2021 als toerist terug en diende meerdere aanvragen in voor verblijf, die werden afgewezen. Verzoeker werd in augustus 2022 aangehouden wegens illegaal verblijf en tegen hem werden bevelschriften tot uitzetting en inbewaringstelling uitgevaardigd.
Verzoeker stelde dat uitzetting onwenselijk is vanwege zijn geschiedenis met verdovingsmiddelen, het ontbreken van familie in Colombia en zijn opgroeien in Aruba, en dat het bevel in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Verweerder stelde dat verzoeker sinds april 2022 zonder geldige verblijfstitel verbleef en dat er geen reden was om zijn illegale verblijf te gedogen.
Het gerecht oordeelde dat het bezwaar tegen de inbewaringstelling niet-ontvankelijk is en dat er geen grond is voor schorsing daarvan. Ten aanzien van het uitzettingsbevel concludeerde het gerecht dat verweerder bevoegd was tot uitzetting, dat verzoeker geen rechtsmiddelen tegen de afwijzing van zijn verblijfsaanvraag had aangewend, en dat de stelling dat het bevel in strijd is met artikel 3 EVRM Pro niet is onderbouwd. Ook het beroep op medische omstandigheden faalde wegens gebrek aan bewijs.
Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel en de inbewaringstelling wordt afgewezen.