ECLI:NL:OGEAA:2022:345
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing van inbewaringstelling wegens voortzetting bewaring
Op 9 augustus 2022 heeft de minister van Justitie en Sociale Zaken de inbewaringstelling van verzoeker bevolen, welke door de rechter-commissaris op 10 augustus 2022 als rechtmatig is beoordeeld. Verzoeker diende op 14 september 2022 een verzoek in tot opheffing van deze inbewaringstelling op grond van artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu).
Verzoeker stelde dat de bewaring onrechtmatig is vanwege de duur van zesendertig dagen en voerde aan dat hij in aanmerking kan komen voor een vergunning voor onbepaalde tijd, waardoor legalisering mogelijk is. Tevens stelde hij dat een meldplicht kan worden opgelegd, waardoor zijn belang bij vrijlating zwaarder weegt dan het belang van de minister bij voortzetting van de bewaring.
De minister stelde dat voortvarend wordt gewerkt aan de uitzetting en dat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechter-commissaris overwoog dat het eerdere oordeel over de rechtmatigheid van de inbewaringstelling onaantastbaar is en dat nu alleen de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring wordt getoetst. Gezien de korte verstreken tijd sinds de eerdere toetsing en de inspanningen van de minister om uitzetting te bewerkstelligen, is het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig.
De rechter-commissaris wees het verzoek tot opheffing van de inbewaringstelling af. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de inbewaringstelling wordt afgewezen omdat het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig is.