ECLI:NL:OGEAA:2022:349
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter vernietigt terugvordering bijstandsuitkering wegens onverschuldigde betaling
Appellant ontving vanaf november 2012 een bijstandsuitkering die in de loop der jaren werd aangepast en uiteindelijk in juni 2018 werd stopgezet met terugwerkende kracht. Verweerder vorderde een bedrag van Afl. 10.500,- terug over de periode augustus 2014 tot en met december 2015, omdat appellant toen parttime werkte en naar het oordeel van verweerder te veel bijstand had ontvangen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, dat aanvankelijk buiten behandeling werd gesteld. Het gerecht verklaarde het beroep gegrond en beval verweerder om een nieuwe beslissing te nemen. In de bestreden beschikking handhaafde verweerder de terugvordering, waarna appellant opnieuw beroep instelde.
Het gerecht oordeelde dat terugvordering van bijstand slechts mogelijk is indien deze onverschuldigd is betaald. Omdat de beschikking die de bijstand toekende niet was gewijzigd of ingetrokken ten tijde van de terugvordering, was de uitkering niet onverschuldigd betaald. Bovendien bleek dat verweerder bij de herberekening ten onrechte was uitgegaan van het minimumloon, terwijl appellant daadwerkelijk een lager salaris ontving.
Daarom vernietigde het gerecht de bestreden beschikking en herroept het de terugvorderingsbeschikking van 5 juni 2018. Tevens werd het griffierecht aan appellant teruggegeven. Beide partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: De terugvordering van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en de beschikking van 5 juni 2018 wordt herroepen.